Mijn christelijke leven bestond vroeger vooral uit het bezig zijn met dingen goed te doen. Om er vervolgens achter te komen dat mijn goede voornemens steeds weer faalden.
Dat wordt ons ook steeds weer geleerd in de kerk. Heb elkaar lief...gedragspreken noem ik ze. Maar ze brengen niet het echte leven voort.
En ik heb het geprobeerd. Ik wilde een zieke bezoeken maar durfde geen afspraak te maken. Wilde helpen maar vergat mezelf op te geven. Wilde me beheersen en saboteer mezelf aan het eind van de dag. Wil niet liegen maar om mezelf beter voor te doen is er snel een leugentje tussen geslopen.
Grrr wat baal ik van mijzelf. Ik schiet steeds tekort en als het me wel lukt wordt mijn ego opgekrikt en dat is ook weer niet goed. Het lukt me gewoon niet om dat christelijke leven voort te brengen. Er zijn niet-christelijke mensen die heiliger leven dan ik.
Is dit het Christelijke leven, dat je goed moet doen? Is het niet zo dat je dan nog steeds eet van de boom van goed en kwaad!
Het christelijke leven draait niet om goed doen! Het draait om het verbonden zijn met het Leven.
Geënt worden op de Boom des Levens. Gevoed worden door de sapstromen uit de wortel... en dat is Jezus. Hij ís de Boom des Levens. De ware wijnstok. Eén zijn met Hem. Zijn Heilige Geest laten regeren.
Het gaat niet om goed doen maar om verbonden zijn met de Levende.
Zo vol zijn dat je overstroomt. Dan ga je als vanzelf de werken die God heeft voorbereid aanpakken. Niet de werken die je zelf bedenkt of denkt te moeten doen. God plaatst ze op je weg en jij mag daarin Zijn Liefde laten zien. Ontspan en wees mild voor jezelf.
Heer help ons te ontspannen in Uw liefde. Om verbonden te blijven met Uw Liefde. Om te leven uit Uw kracht. Geef ons de wijsheid en moed om in de werken te wandelen die U ons geeft. Amen
Elk hart kent zijn eigen verdriet en een ander kan zijn vreugde niet begrijpen.
(Spr. 14:10, HTB)
i
We zijn allemaal verschillend gemaakt in karakter en gevormd door het leven. De ene mens is extravert en de ander introvert. Ieder heeft andere kwaliteiten en talenten. De ene mens is makkelijk en sociaal en de ander vindt alles zwaar en kan moeilijk contacten leggen. Is die laatste persoon dan minder kind van God.
God vraagt van ons allemaal om Hem lief te hebben en de naaste als onszelf.
Maar hoe doe je dat als je je ongemakkelijk voelt bij het maken en onderhouden van sociale contacten.
Als het je veel meer moeite kost om op iemand af te stappen dan als iemand die dat zelfs... leuk vindt?
Ben je dan teveel op jezelf gericht. Laat je dan de angst regeren? Of moet je maar gewoon accepteren dat je niet zo bent. En toch liefhebben...relaties aangaan? Hoe doe je dat dan?
Het sleutelwoord is: echt zijn, maar niet op een egoïstische manier.
Jezelf leren zien door Gods ogen. Zijn Liefde ervaren en mild zijn voor jezelf en toch...de stap zetten naar de ander. Niet omdat het moet maar omdat je gedreven wordt door Zijn Liefde.
Echt zijn, waarbij je je ongemak niet verstopt en soms stuntelig de ander bemoedigt. Dat lijkt soms gemaakt omdat het niet zo spontaan, eigen is. Maar God geeft de kracht en daarna de vreugde, omdat Hij het van mij vroeg en ik getuige mag zijn van Zijn werk door mij heen.
Gebed: Heer, geef mij zoveel liefde dat ik overstroom. Dat ik niet op mijzelf gericht ben maar op de ander. Wetend dat U van mij houdt zodat ik mijn waarde, respect en aanvaarding niet meer zoek bij mensen en daardoor vrijer in de wereld kan staan. Dat ik mag leven vanuit mijn identiteit als kind van God op de manier waarop U mij heeft bedoeld.
Misschien ben je wel meer een stille betrouwbare kracht die op de achtergrond blijft werken. Heer U weet hoe U ons wil inzetten voor Uw Koninkrijk. Ik ben beschikbaar.
"Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken." (Prediker 3:11)
Deze blog is naar aanleiding van bovenstaand artikel in het Nieuwsblad van het Noorden van augustus 1990. Hierdoor kwam ik op het spoor van het boek waaraan mijn opa (toen 82 jaar) ook aan had bijgedragen. Mijn moeder was met haar vader nog speciaal naar de schrijfster gegaan om een gesigneerd exemplaar op te halen. Helaas leende mijn opa het boek vlak daarna uit en kreeg het nooit meer terug. Nu heb ik eindelijk dat boek gevonden en gekocht. Dit is de foto die mijn opa instuurde. Het huis op de werf van Botje, Ensing & Co.
Onder de foto staat: "Dienstwoning van de bedrijfsleider van de machinefabriek. Deze woning stond aan het Hoendiep en er waren twee voordeuren. Rechts was de deur van het kantoor van de directeur en links de deur van het woonhuis van de bedrijfsleider. Vanaf 1908 woonde hier de familie De Wit en vanaf 1941 tot de afbraak in 1964 de familie Boon."
Het toeval wil dat de kleindochter van familie de Wit (mijn moeder) nu tegenover de zoon van familie Boon woont en regelmatig contact hebben. Hij kan haar alles vertellen over dit huis waar ook hij is opgegroeid. Hij kende zelfs haar vader. Wat fijn nog iemand te hebben die ooggetuige is geweest van je eigen geschiedenis.
Voor mij een reden om eens wat verder op onderzoek te gaan.
In 1908 trokken Jan de Wit (1871) en zijn vrouw Jantje Bousema (1870) die beiden 13 jaar getrouwd waren met hun vier dochters (Annechien 13 jaar, Aaltje 10 jaar, Aagt 8 jaar en Lunsina Henderika 1 jaar) in de woning aan het Hoendiep. Die Kerst in 1908 kwam mijn opa Hendrik ter wereld. Een geschenk na alle ellende die ze in de jaren daarvoor hadden meegemaakt.
Na de derde dochter Aagt waren er namelijk nog 4 kinderen geboren maar dezen zijn allemaal gestorven. In 1901 was hun pasgeboren zoontje Cornelis Ugo (10 maand oud) gestorven en in 1906 had de griep? de 3 jongste dochtertjes (Lunsina 3 jaar, Hendrika Afien 2 jaar, Jantje Frederika 9 maand) geveld. De foto hieronder moet dus in 1906 gemaakt zijn. Die winter overlijden de jongste 3 dochters. (14 november, 6 december en 12 december) Dit gebeurt allemaal nadat ze net verhuisd zijn van Uithuizen naar Groningen en aan het Hoendiep ZZ 26 komen wonen.
Jan de Wit was de zoon van een scheepstimmerman uit Wildervank. Was dat misschien de reden dat mijn overgrootvader is gaan werken bij Botje, Ensing & Co, een scheepswerf. Uit stukken, die ik lees, ontdek ik dat hij na machine-bankwerker te zijn geweest, bedrijfsleider (werkmeester) werd. Het gezin komt dan ook wonen op de scheepswerf en hier groeit mijn opa op. In 1912 wordt zijn kleine broertje Cornelis geboren. In 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit. Toch blijven de zaken goed gaan. In 1918 is er een staking en lees ik dat alle 70 werklieden worden gedwongen te staken. Een groot bedrijf dus.
En dan is het november 1918 het einde van de eerste wereldoorlog maar de Spaanse griep gaat rond. Op 22 november overlijdt moeder Jantje Bousema aan de gevolgen van de Spaanse griep. De oudste dochters nemen de zorg voor de jongste kinderen op zich. Mijn opa is dan 10 en Cornelis is 4 jaar oud. Jantje is 48 jaar geworden. De rest van het gezin overleeft de Spaanse griep.
Mijn overgrootvader (50) hertrouwt in 1922 met Anje Bouwman (32) uit Delfzijl die hij als huishoudster in dienst had genomen. Dit wordt hem door de oudste dochters niet in dank afgenomen die zelf ook al richting de 30 lopen. In 1941 gaat Jan de Wit met pensioen en in september 1945 overlijdt hij op 74-jarige leeftijd in Assen. Hij woonde nog wel in Groningen met zijn vrouw. Dus waarschijnlijk is hij in het ziekenhuis overleden.
Mijn opa Hendrik kon goed leren en gaat naar de HBS. Hij wordt boekhouder bij Botje, Ensing & Co. In de jaren voor de oorlog krijgt hij tuberculose en verblijft een tijdje in een sanatorium waar hij gelukkig geneest. Ook krijgt hij Malaria. Iets wat dan nog in Nederland voorkomt. In de oorlog trouwt hij op 33-jarige leeftijd (15 oktober 1942) met Diena Poelstra (1916) en krijgt twee kinderen. Jan (1942) en Hendrika Elizabeth (1946), mijn moeder. Nadat mijn opa als boekhouder bij Botje, Ensing & Co heeft gewerkt gaat hij tot zijn pensioen als boekhouder bij Greving en Greving werken. In 1997 overlijdt hij in Maartenshof uiteindelijk toch nog aan de griep.
Ik herinner mijn opa als een optimistische, rechtvaardige man vol humor, zonder ooit grof te zijn. Hij was ontzettend ad rem en kon met iedereen opschieten. Hij was gek op mijn oma en ik was altijd met plezier aan het logeren. Samen wandelen door het stadspark en de stad. Fijne herinneringen.
Nog wat ontdekkingen:
Jantje Bousema, de moeder van mijn opa
Jantje Bousema (1870) was dochter van de molenaar Kornelis Bousema. Jantje was 5 jaar toen haar vader op 32-jarige leeftijd overleed. Ze kwam uit Lettelbert. Daar had haar vader in 1873 een korenmolen/pelmolen overgenomen van bakker Simme Huizingh, de stiefvader van zijn vrouw Aaltje Ellerij. Twee jaar nadat Kornelis de molen had gekocht overlijdt hij. Waar Kornelis die zaterdagochtend op 17 juni aan overleed is niet bekend, wel zien we dat weduwe Aaltje Ellerij, de moeder van Jantje en oma van mijn opa, de molen een jaar later laat afbreken. De molen is nog niet eens 15 jaar oud. Dit doet mij vermoeden dat haar vader door een ongeluk in de molen is overleden. De weduwe blijft achter met 4 jonge kinderen. Zij hertrouwt met Uge Stuut en krijgt nog 4 kinderen en verhuist naar Peize waar ze op 79-jarige leeftijd in 1922 overlijdt.
Vragen die blijven en waar geen ooggetuigen meer van zijn:
-Aan welke ziekte stierven de drie zusjes in 1906?
-In welke fabriek in Uithuizen werkte mijn overgrootvader rond 1900?
-Waarom gaat mijn overgrootvader bij Botje, Ensing & Co werken?
-Waaraan is Kornelis Bousema overleden?
-Waarom breekt de weduwe Aaltje Ellerij de molen af? Was de molen onherstelbaar beschadigd?
-Heeft mijn opa zijn oma Aaltje Ellerij nog gekend? Hij was 12 toen ze overleed.
Mijn man werkt al 42 jaar bij hetzelfde bedrijf (Solides Hoogkerk). Al 42 jaar verricht hij zwaar lichamelijk werk in de kartonindustrie waar hij in ploegendienst werkt.
Hij is nu 65 jaar en het werk valt hem steeds zwaarder. Vooral de nachtdiensten breken hem op. De 30 kilometer die hij na de nachtdienst terug moet rijden is al een paar keer bijna mis gegaan.
Nu blijkt er geen regeling te zijn voor de oudere werknemer en is hij verplicht tot zijn 67ste door te werken. Nu gaat de vestiging waar mijn man werkt sluiten en moet hij 75 kilometer naar een andere vestiging rijden. Dit is dubbel zwaar. Niet alleen wat betreft de afstand maar ook de rust die hij voor zijn werk zo nodig heeft.
Hij moet nu in plaats van 4:30 om 3:30 opstaan voor een ochtenddienst. Er wordt totaal niet gekeken naar het welzijn van de werknemer. Lichamelijk krijgt mijn man steeds meer klachten.
Was er vroeger nog aandacht, compassie en respect voor de werknemer, nu is dat ver te zoeken. Vroeger was er veel meer oog voor het welzijn van de werknemer en zijn gezin. Zelfs de gepensioneerde werknemer kreeg nog aandacht. Voorbeelden zijn de tal van sociale activiteiten die door de fabriek werden georganiseerd. Waaronder klaverjasmiddagen, sinterklaasvieringen en uitstapjes etc, etc. De winst van de fabriek zat niet alleen in het zoveel mogelijk geld vergaren maar ook in zoveel mogelijk gezinnen van onderhoud te voorzien. Een blije werknemer is een productieve werknemer die zich betrokken voelt en wil dat de fabriek goed blijft draaien. Er was een echt ons-gevoel.
Nu is de fabriek al een paar keer overgenomen door een groot buitenlands concern. Er zijn mensen aan de leiding die geen contact meer hebben met de werkvloer. Ploegen werden door elkaar gehusseld, waardoor mensen van elkaar vervreemden. Ook moest je met minder mensen meer werk gaan verzetten. Geen tijd meer om te schaften als de machine niet goed liep en de machine liep steeds slechter doordat er geen onderhoud meer werd gepleegd. "Minimale investeringen maximaal rendement". Niet alleen de machine is aan het einde van zijn latijn ook het ziekteverzuim is enorm toegenomen. En nu is het zover. De fabriek die in 1913 is gebouwd wordt nu na 120 jaar afgebroken. De projectontwikkelaars van de gemeente lopen al likkebaardend rond.
Hoogkerk is de locatie die het beste draait en waar producten worden gemaakt die de andere locaties niet kunnen produceren. Maar de grond in Pekel, Nieuweschans en Coevorden kan je natuurlijk niet zo duur verkopen. Er worden miljoenen verdiend met de verkoop van de grond en de machines maar voor de werknemer kan er niets worden geregeld. Wat is winst en hoe mag het bedrijf daar over de ruggen van de werknemers mee omgaan? De werknemers delen niet in de winst maar zijn onderdeel van de winst geworden.
Mijn man en de andere werknemers zijn niet meer zijn dan een radertje in de grote geldmachine. Breekt het radertje af dan wordt die zo goedkoop mogelijk vervangen.
Heel veel invloed heb je als werknemer niet. Ja, CAO onderhandelingen door de vakbonden maar die lopen ook vast. Het concern probeert door zo min mogelijk input het meeste output te genereren en de werknemer is hiervan de dupe. Het concern is te groot om goede COA onderhandelingen te kunnen voeren. Pressiemiddelen als staken werken niet want dan sluiten ze de boel gewoon en wordt het werk overgeheveld naar andere goedkopere vestigingen.
Eigenlijk zou er van hogerhand een soort minimum CAO moeten komen voor grote buitenlandse concerns waarin belangrijke sociale regelingen gewaarborgd blijven.
Ondanks alles blijven we maar vertrouwen. Wij doen gewoon ons best. Meer kunnen we niet doen.
Laats mocht ik een tienerdienst leiden. We hadden het over de belangrijkste boodschap die de Bijbel jou wil meegeven. De tieners antwoorden dat het belangrijkst is om goed te leven, om goede dingen te doen.
Is dat de werkelijk de belangrijkste boodschap?
De tieners waren verbaasd toen ik vertelde dat dat niet het belangrijkste was. Ze zeiden: "Dan kom je toch niet in de hemel?"
Nee niemand kan goed genoeg zijn om in de hemel te komen. (Rom 3:23) De belangrijkste boodschap in de Bijbel is 316. Johannes 3:16 De belangrijkste boodschap in de Bijbel is Gods Liefde. Zijn Zoon Jezus Christus die naar de wereld is gekomen om ons te redden. Hijzelf betaalde de prijs opdat wij eeuwig in God nabijheid mogen zijn als Zijn kinderen.
In Efeze 2:8 staat het nog duidelijker: "Want omdat God zo liefdevol en goed is, heeft Hij jullie gered door jullie geloof. Jullie hebben niet jezelf gered, maar Gód heeft jullie gered. Het is zíjn geschenk. Jullie zijn dus niet gered doordat jullie zelf zo goed je best deden om goede mensen te zijn. Want Hij wilde niet dat jullie over je redding zouden kunnen opscheppen."
Dat is het goede nieuws! God wil ons redden uit Liefde.
Al in het oude testament maakt God duidelijk dat Hij een hartrelatie wil en geen offers. Hij wil dat de dingen die we doen oprecht en uit liefde voor Hem doen en dat we er niet met een verborgen agenda op na houden om iets te verdienen. God heeft Israël niet uitgekozen omdat ze zo goed waren en ook David werd een man naar Gods hart genoemd maar niet omdat hij goed was maar omdat God hem had uitgekozen.
God wil dat wij Hem kennen en liefhebben en eren om wie Hij is. Maar de mens is egoïstisch en zelfgericht en wil Gods gunst verdienen en bedenkt daar allerlei manieren voor om toch trots te kunnen zijn. Hij zoekt zijn identiteit niet bij God maar bij de dingen die hij kan en doet. Telkens weer strekt God Zijn armen naar ons uit.
Jesaja 28 staat dat de mensen niet willen luisteren. Ze zien Gods liefde als onnavolgbare regels die alleen maar in de weg staan van hun eigen leven. Terwijl ze juist alleen bij God de rust, vrede en vreugde konden vinden die ze zochten.
vers 12 "Ooit heeft Hij tegen het volk gezegd: 'Hier kunnen jullie rusten. De mensen die moe zijn, kunnen hier uitrusten. Hier kunnen jullie verfrist worden.' Maar ze wilden niet luisteren. Voor hen is alles wat de Heer zegt alleen maar wet op wet, wet op wet, regel op regel, regel op regel, hier wat, daar wat."
Mijn zoon had een gesprekje met een klasgenoot. Toen die klasgenoot hoorde dat zijn ouders christelijk waren veronderstelde hij dat mijn zoon vast een strenge opvoeding had gehad. Nog steeds hebben mensen een verkeerd beeld van het christelijk geloof. Het draait niet om regels maar om een dankbaar hart dat God liefheeft en wil volgen. Dat kan je niet opleggen. God wil ons dat vernieuwde hart geven.
Het is juist Zijn liefde en genade die ons bevrijd van het aardse streven om geliefd te worden of om onze vrede en vreugde in tijdelijke vergankelijke dingen te zoeken die je uiteindelijk te gronde richten. God geeft ons juist vrijheid om werkelijk te leven verlost uit de slavernij van de zonde. Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn van ons egoïstische hart van steen.
Op de lagere school kregen wij vroeger blokfluitles en een blokfluit mee naar huis. Deze blokfluit bracht nogal wat irritatie met zich mee. De hele dag probeerde ik mijn lievelingslied te oefenen. Het was een lied dat ik eens in de kerk had gehoord. Een lied met een prachtige melancholieke melodie. Het was het lied 40a uit het liedboek voor de kerken: "Zijt gij mijn God, ben ik Uw mens nog Here...". Mijn ouders werden horendol van het eindeloze oefenen. Nog steeds kan ik dit lied spelen al heb ik na de lagere school nooit meer een blokfluit aangeraakt.
Laatst werd het lied in de kerk gespeeld en keek eens goed naar de vreemde tekst. Een lied vol twijfel en angst. Ik weet nog dat het verhaal van de dwaze en wijze maagden, op de lagere school, diepe indruk op mij maakte. Hoorde ik wel bij God? Sprak het lied mij daarom zo aan? Wij deden als gezin niet zoveel met het geloof. Deed ik wel genoeg. Hoorde ik bij de dwaze meisjes?
Op dit moment lees ik het boek van Job. Hoe kan deze ellende hem toch overkomen. Hij heeft toch altijd goed gedaan? Zelfs zijn vrienden beschuldigen hem van goddeloos gedrag. Maar hij heeft niets fout gedaan. Hij verdient deze ellende niet. Wat was de motivatie van Job om rechtvaardig te zijn? Om dingen te verdienen. Bezit, aanzien...Of was hij rechtvaardig omdat hij God liefhad en ontzag voor Hem had? Ik denk het laatste maar toch spreekt hij ook over verdienen.
God wil dat we in ons geloof de motivatie om iets te verdienen loslaten en ons gedrag laten leiden door wie Hij is. Dat we niet langer een verdiengeloof aanhangen, maar dat we een genadegeloof van Hem ontvangen die ons binnenste vervuld met geloofszekerheid. Niet ik maar God in het middelpunt van je leven. Leef niet om te ontvangen maar om te delen van datgene wat God je geeft.
Job belijdt: "Ik kende U alleen van horen zeggen. Maar nu heb ik U zelf gezien." God is dichtbij gekomen. Religie is uiteindelijk veranderd in een relatie. God is erbij en je mag op Hem blijven vertrouwen waar je ook doorheen gaat.
Niet de omstandigheden bepalen ons leven maar Gods aanwezigheid in die omstandigheden. Hij laat niet los.
‘Gij wilt mijn God, ik mag uw mens weer wezen!’ Lied 40a vers 9
Voordat ik mij bekeerde tot het christelijke geloof liep ik vooral tegen verstandelijke argumenten aan. "Iedereen gelooft toch in dezelfde God, waarom zouden andere godsdiensten verkeerd zijn?"
Ik zag in elke godsdienst een culturele uiting van dezelfde bron. Elke cultuur had aan het bestaan van het goddelijke zijn eigen draai gegeven. Het doel van de mens is in elke cultuur de kloof overbruggen van het menselijke onvolmaakte naar het goddelijke volmaakte door offers en rituelen. Het kleine beetje dat ik wist van het christendom was dat mensen steeds betere mensen probeerden te worden, om in de hemel te worden toegelaten.
Tot ik me meer ging verdiepen in het christelijke geloof en erachter kwam dat het tegengestelde waar was. Er is inderdaad een kloof tussen het menselijke en het goddelijke. Het verschil zit in het besef dat mensen de kloof niet kunnen overbruggen door een beter mens (heilig boontje) te worden. We kunnen de hemel niet bereiken door offers en rituelen. Niet de mens maar God zelf heeft de kloof overbrugd. Daarin verschilt het christelijke geloof met alle andere religies.
* De Godsdienst is anders: Het christelijke geloof gaat om aanvaarden van iets dat voor je gedaan is en niet om iets dat je moet doen. "Het is volbracht." Het is niet onze godsdienst maar Gods dienst aan ons.
"Want uit genade bent u behouden geworden, door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen."
(Efeze 2:8-9)
Door deze Bijbeltekst werden mijn ogen geopend. De 'spirituele' mens roemt juist in zijn 'hogere' positie (ook al willen ze dat zelf niet toegeven). Ze zijn al een oude geest/verlicht/hogere energie/boven de aardse mens verheven/ e.d. etc.
De genade van God in Zijn volbrachte werk is de enige manier om ons ego en onze ik-gerichte motieven te overwinnen.
* Het Godsbeeld is anders: In het christendom gaat het niet om een onpersoonlijke goddelijke energie of een afstandelijke God die je kan dienen door je aan bepaalde regels te houden. Maar om een persoonlijk liefdevolle Hemelse Vader waarmee je in relatie kan staan.
God, die Geest is, die liefde is. De 'gans andere' die wij als mens niet kunnen bevatten in woorden of beelden. Maar die zich in al Zijn volheid heeft getoond in Zijn Zoon Jezus Christus.
"...want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk" (Kolossenzen 2:9)
* De persoon Jezus Christus: Jezus Christus was niet alleen maar een belangrijke leraar, profeet of religieuze leider van een nieuwe religie. Jezus beweerde aan God gelijk te zijn. Hij verkondigde het Koninkrijk van God door tekenen en wonderen. Hij vergaf zonden en bewees Zijn goddelijkheid door te sterven voor onze zonden en de dood te overwinnen. Geen ander profeet of godsdienstige leider heeft dat ooit van zichzelf gezegd en door daden bewezen.
"Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden." (Filippenzen 2:5-7)
* Het christendom zelf beweert dat er is maar één Weg is: Jezus zegt dat er maar één weg is tot God. Hijzelf is die weg. Hij is de enige middelaar tussen God en mens.
"Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus" (1 Tim 2:5)
"...als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn." (Gal 2:21)
Dus kunnen we concluderen dat, wat het evangelie betreft, er geen andere religies zijn die God of de hemel kunnen bereiken. Andere Godsdiensten zijn inderdaad culturele uiting van manieren waarop mensen God denken te bereiken maar komen uiteindelijk niet van God of bij God. Het zijn allemaal mensbedachte dwaalwegen om er zelf beter van te worden. Om de hemel/goddelijke te verdienen. Hier onder een filmpje van Eli Yoder (een wedergeboren Amish) en de gekte van religie.
Het is genade en laat die genade niet los door het zelf te proberen. Niet allemaal dingen moeten doen voor God... alleen geloof in Gods genade kan je redden:
"Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon."
"Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk." (2 Korinthiërs 12:8)
Gebed..., toen ik nog geen christen was hield ik me op mijn manier bezig met 'gebed'. Dit hield voor mij in dat ik mijn aandacht richtte op dingen die ik graag zou willen. Dit 'gebed' was niet gericht tot een god maar op de positieve onpersoonlijke energieën. Positief denken noemde ik dat. Positief denken gaat ervan uit dat je met je gedachten de werkelijkheid kan manipuleren. Als je maar sterk genoeg iets visualiseert zal dat uiteindelijk ook gaan gebeuren. Een magische manier van denken die je soms ook onder christenen tegenkomt.
Een voorbeeld hiervan is een vrouw die ik leerde kennen in mijn vorige gemeente. Ze heeft een ernstige ziekte maar ze wil hier niet over praten of nadenken. Ze gelooft dat God haar zal genezen en daar wil ze zich op richten. Nadenken of praten over haar ziekte ondermijnt haar geloof. Ze leeft op deze manier in eigen kracht uit háár geloof in genezing. Ze moet sterk zijn van zichzelf, terwijl ik denk dat God van haar vraagt om niet bang en krampachtig met haar ziekte om te gaan en om te vertrouwen op Zijn kracht. Hij wil haar dragen juist als zij zich zwak voelt. Ze mag zich ontspannen in Zijn liefde zonder in angst te leven dat ze niet genoeg geloof zal hebben. Dát is een groot geloof. Jezelf toevertrouwen de God die belooft om goed voor jou te zorgen ook als je midden in de verdrukking zit. Je bent van Hem en gaat een weg met jou.
"In iets geloven maakt iets niet waar, maar geloven wat Waar is, daar draait het om."
Net nadat ik christen was geworden richtte ik mijn gebed, net als deze vrouw, ook op zo'n manier tot God. Mijn gebeden moesten volmaakt zijn om een goede uitwerking te hebben. Nog steeds dacht ik dat de uitkomst van mijn gebeden afhankelijk waren van mijn eigen kracht en heiligheid. God zou mijn gebeden niet beantwoorden als ik slechte dingen deed en wel beantwoorden als ik goede dingen deed. Nog steeds dacht ik dat ik de werkelijkheid kon manipuleren. Mijn gebeden leken op verlanglijstjes: "Heer wilt U dit..., Heer wilt U dat...". Als ik niet gebeden had konden er dingen fout gaan en dan was het mijn schuld dat er iets niet goed ging...omdat ik niet genoeg gebeden had. Ik geloofde in God maar geloofde God zelf nog niet. Nog steeds putte ik uit mijn eigen kracht.
"In God geloven betekent nog niet dat je in God gelooft." (A. de Rover)
Langzaam leerde ik God beter kennen. De woorden uit het Woord begonnen mij te raken. Gods beloften zijn zo vol zorg en liefde. Hij wil ons een hoopvolle toekomst geven en leidt ons op een volmaakte wijze. Ik hoef mij geen zorgen te maken. Hij voorziet, want hij kent mijn behoeften en verlangens en weet precies wat goed voor mij is. Terugkijkend kan ik steeds meer de wonderlijke weg, die hij met ons gaat, ontdekken. Ook de fouten die ik heb gemaakt heeft hij door mijn leven geweven en gebruikt ten goede. Langzaamaan zijn mijn angstige verlanglijstjes veranderd in aanbidding en dankgebeden en mag ik het vertrouwen op mijn eigen kracht en kunnen loslaten. Nederig worden. God is goed en was ook met mij op de dagen dat ik me niet 'heilig' genoeg voelde. Onze identiteit is, op deze manier, niet langer verbonden gedrag of gevoel, maar aan Gods doel met ons leven. Hij wil ons door alles heen vormen naar het beeld van Zijn Zoon.
Ook zag ik ongeluk en pech niet langer meer als een straf van God. We leven in een gebroken wereld waar toeval en tijd elkaar ontmoeten. Maar God houdt het in Zijn Vaderhand. Hij corrigeert en leidt ons op de juiste weg. Ik weet, mijn Herder is erbij, mij ontbreekt niets, ook als de wereldse vrede ver te zoeken is, mag ik Gods vrede ervaren.
"Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet." (Johannes 14:27)
Bidden is in Gods nabijheid komen en je laten vullen Zijn Waarheid over wie Hij werkelijk is en wie wijzelf zijn in Zijn ogen. We mogen vertrouwen dat Hij ons hoort, ziet en voorziet en erkennen dat ons leven afhankelijk is van Hem wat betreft onze behoeften, onze relaties en onze veiligheid. We mogen onze verlangens en wensen kenbaar maken en vertrouwen dat onze Vader ons het beste geeft, zodat wij een zegen kunnen zijn. We stellen geen vertrouwen meer in onszelf en onze eigen maniertjes, maar kiezen ervoor om in plaats daarvan gesterkt te worden in de Heer en de sterkte van Zijn macht.
"God vervult niet al onze wensen, maar wel al Zijn beloften."
Bidden is geen verplichting meer maar een verlangen om heel dicht bij de Hemelse Vader te zijn. Wij zijn van Hem. In zijn nabijheid mag je weten: U bent sterk al ben ik zwak. Een groot geloof is vertrouwen dat God werkt. Hij werkt niet door ons grote geloof maar juist door onze zwakheid, als wij ons vernederen voor Hem. "Nederig, niet in de zin van een voetveeg zijn, maar dat je je vertrouwen stelt waar die thuishoort, namelijk bij God" en dat we echt gaan geloven wat God zegt. "... en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken...Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.." (Johannes 8:32, 36 HSV)
In alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare.
2 Korinthiërs 4:4, 8-10 NBG51
Elke dag leven we in doodsgevaar. We weten nooit of we de morgen nog halen. Van het ene op het andere moment kan ons leven er totaal anders uitzien. Als we hierover nadenken dan kan de angst je om het hart slaan. Soms zelfs letterlijk.
We zijn allemaal in meer of mindere mate bang voor de dood. Het is niet leuk om over de dood na te denken. Maar er is een verschil tussen angst voor de dood en doodsangst.
Een angstaanval, het overkwam me toen ik 19 jaar was. Ineens van het ene op het andere moment werd ik helemaal niet goed. Uit het niets begon mijn hart op hol te slaan en werd ik duizelig en verschrikkelijk bang. Later in het ziekenhuis bleek er lichamelijk niets aan de hand te zijn, maar de angst was geboren. Bang om dit nog een keer te moeten meemaken zorgde voor zo'n zelfde aanval en die was nog veel heftiger. Ik kon de aanval niet stoppen. Ik durfde niet meer naar school, niet meer met de bus en uiteindelijk durfde ik de straat niet meer op. Zelfs thuis kreeg ik last van hyperventilatie.
De uiteindelijke diagnose was agorafobie. Overal waar ik het gevoel had dat ik niet ongezien weg kon vluchten lokte een aanval uit. Het heeft een jaar geduurd voordat ik met kleine stapjes mijn angsten overwon. Niet vechten, niet vluchten werd mijn devies. De aanval laten komen en laten gaan. Gewoon doorgaan. Dit was in het begin bijna niet te doen en ik vluchtte vaak weer naar huis, maar op een gegeven moment voelde ik de aanval aankomen en kon ik die op tijd laten stoppen.
Achteraf gezien zou ik deze periode niet hebben willen missen. Het heeft me sterker gemaakt en heb ik een onzichtbare nabijheid van liefde ervaren. Ondanks dat ik niet in God geloofde heb ik tijdens de aanvallen wel Zijn zorg en liefde ervaren. Een klasgenoot was zo dapper om mij op God te wijzen maar op dat moment geloofde ik nog niet in een persoonlijke God. Zij vertelde over Jezus. Ik hoorde maar flarden van het verhaal want ik wilde naar huis. Jezus ervoer werkelijke doodsangsten maar verzette zich niet en vluchtte er niet voor weg.
Nu herhaalt de geschiedenis zich. Niet ikzelf maar mijn zoon zit er middenin. Gelukkig kan ik hem een paar tips geven. Het vervelende is dat aandacht ook een aanval uit kan lokken of verergeren. Toch moet hij leren eerlijk te zijn en het wel vertellen als hij zich niet goed voelt worden. Er doorheen gaan en merken dat er niets gebeurd. We zijn nu twee maand verder en het gaat de goede kant op. Hij kan weer gewoon naar zijn werk en naar school. Leren vertrouwen, niet alleen op jezelf maar vooral op God die jou niet loslaat en een doel heeft met je leven. Hij vormt ons door de moeiten heen en met Hem zijn we meer dan overwinnaars. Leg je leven in Zijn hand en vertrouw maar gewoon.
Barmhartig en genadig is de Here , lankmoedig en rijk aan goedertierenheid en trouw; niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden; maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen. (Psalmen 103 en 86 NBG51)
Toen onze zonen werden geboren hebben we ze Bijbelse namen gegeven. We hebben met de traditie van het vernoemen gebroken. Jonathan (Geschenk van God) omdat hij op een wonderlijke manier aan ons geschonken is en Daniël (God is mijn gerechtigheid) omdat we het met onze eigen gerechtigheid niet redden. Namen die iets zeggen over onze dankbaarheid en over wie God is en wil zijn. Namen die de kinderen mogen wijzen op op die ene Naam boven alle Namen.
God wil zich laten kennen. Bij de brandende braamstruik heeft God zich bekend gemaakt aan Mozes als Ik Ben. Een naam die alles omvat en niet te vatten is. Als Mozes de wet ontvangt komt God naar Mozes toe. God roept Zijn Naam nog eens twee keer uit en openbaart daarbij nog meer van Zichzelf.
"De Here ging aan hem voorbij en riep:
Ik Ben (Heere) ,Ik Ben (Heere), God,barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die zijn goedheid aan duizenden betoont, die ongerechtigheid, overtredingen en zonden vergeeft. Maar de schuldige zal zeker niet als onschuldig beschouwen. Van de zonden van de vaders worden de zonen en kleinzonen en nóg latere geslachten de dupe.’"
Deze naam, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw wordt vaak in de Bijbel herhaald. Vooral in de Psalmen wordt deze Naam bezongen. (Psalm 86, 103, 111 en 145)
Jona kende Zijn Naam (Jona 4:2) en vluchtte weg naar Tarsis.
Joël wijst op Zijn Naam zodat de Israëlieten daar hun toevlucht zouden zoeken. (Joël 2:13)
Het volk Israël kende God tot dan toe als de God van Abraham, Izaak en Jacob. God, de Almachtige, die een verbond sloot en het volk Israël apart zette. Een God van horen zeggen.
Maar hier laat God Zijn Vaderhart zien. Zijn verlangen is om Zijn mensenkind te herstellen. Deze Naam is een uitnodiging om je over te geven aan Zijn liefdevolle genade. God is Heilig en Almachtig, maar ook bewogen en bereikbaar. God heeft de weg gebaand om tot Hem te kunnen komen door Zijn Zoon Jezus Christus. De Naam boven alle Namen (Filippenzen 2:9)
Mogen onze namen die Ene Naam verheerlijken. God, die Zijn eigen Naam aan Zijn Zoon geschonken heeft. Wij mogen ons daarin laten onderdompelen. Wij over wie Gods Naam is uitgeroepen.
"En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.
Pinksterfeest. Het feest van de eenheid met God en elkaar. Verbonden door de Liefde, die God in onze harten heeft uitgestort. We door Gods Geest een lichaam waarvan Christus het hoofd is.
Juist op het feest waar de gemeente is geboren moeten we het stellen zonder de samenkomsten van diezelfde gemeente. Fijn dat er diensten zijn die we digitaal kunnen volgen maar we missen ook zoveel. Elkaar zien, bemoedigen door een woord of gebaar, een hand op een schouder. Geen gesprekken met elkaar over de dienst en om te horen hoe het echt met iemand gaat. Het leven met elkaar delen is moeilijk in deze tijd. We kunnen op onze eigen tijd en op onze eigen manier de diensten volgen maar we beleven het niet meer echt samen.
Daarom hebben we het Pinksterfeest met de digitale diensten van Opwekking gevierd met een tent in de tuin om zo toch een beetje het 'Samen' te beleven. Mooi om te bedenken dat al die mensen in Nederland op hun eigen plekje zo met Opwekking het Pinksterfeest vieren.
Ik weet nog goed de eerste keer dat ik naar Opwekking ging. Net na mijn bekering met de 22+ groep van de gemeente waar ik toen heenging. Het was in 1994 of 1995 en werd toen nog gehouden in Vierhouten. Ik was verbaasd dat er zoveel christenen waren om dit feest te vieren. We stonden op de camping vlakbij de grote tent. Die nacht lag ik in mijn tentje en hoorde nog hier en daar wat gemompel van mensen die nog stil zaten te praten. Verderop was nog iemand zachtjes aan het zingen en moest denken aan het volk Israël in de woestijn. Ook zij leefden in tenten op weg naar het beloofde land. Op weg naar iets wat ze nog niet konden zien maar het vuur van verlangen brandde in hun harten. Ik voelde me op dat moment zo verbonden met al die gelovigen. Op dat moment voelde ik me echt één met God en elkaar en beleefde ik echt wat het betekende om gemeente te zijn. Samen zijn we onderweg en verlangen naar Zijn wil voor ons leven. Zijn toekomst.
Het mooiste moet nog komen en we verlangen elke dag weer om Hem te ontmoeten in onze stille tijd en dagelijkse strijd. God wil je meer en meer vormen naar Zijn beeld. Je mag je plekje innemen in Zijn lichaam, de gemeente. Hij geeft je gaven om tot zegen te zijn en Zijn vruchten mag je dragen. Als je Zijn Geest maar de ruimte geeft. Het zijn niet je eigen inspanningen maar Hij zelf wil het door jou heen doen.
De gemeente mag binnenkort weer samenkomen. Vanaf 1 juli weer met honderd personen op 1,5 meter afstand. Wel wordt er afgeraden om te zingen. Zouden er andere vormen van gemeente zijn komen? Hoe krijgt dit samen op afstand vorm? We zullen het zien. Het belemmert God niet om Zijn plannen uit te voeren en het belemmert ons niet om met God te blijven wandelen. We zien uit naar wat God wil doen ook door ons heen. Geef niet op maar houd vol. Wij zijn nooit alleen!
20 dagen naar Pasen. We zijn al over de helft van de 40-dagentijd. Na het schrijven van de vorige blog is er veel veranderd. Het vasten, onthouden van aardse zaken, wordt ons door de coronacrisis letterlijk opgelegd.
Bij het schrijven van de vorige blog kwam de coronacrisis wel wat dichterbij (Italië en Duitsland) maar was nog niet in Nederland. Nu een week nadat de scholen, horeca en kerken gesloten zijn en veel mensen thuiswerken is het alsof we in een andere realiteit zijn beland.
De natuur gaat door en komt na een lange tijd van rust weer tot leven, maar ons leven staat stil. Vorige week zijn we nog bij familie op bezoek geweest en spraken af dat we sociale afstand gaan nemen. Deze week is mijn moeder jarig en we kunnen niet op bezoek komen. Onze jongste zoon zit in de eindexamenklas van het vmbo en moet nu thuis leren. Maar hij heeft er nu niet zo'n zin in. Ook hij maakt zich zorgen om wat er allemaal kan gebeuren. Onze oudste zoon loopt stage bij een garage en kan gelukkig wel door blijven werken maar halverwege de week kreeg hij koorts en zit nu ook thuis. Alleen Henze mijn man gaat nog naar het werk. Maar niet vaak omdat hij herstellende is van een burn-out. Maar ondanks alles genieten we wel van het samenzijn en maken er het beste van.
Nu deze crisis de wereld in zijn greep houdt zie je hoe verschillend mensen hierop reageren. De één wordt egoïstisch en denkt alleen nog maar aan zichzelf en de ander zet zich onbaatzuchtig in om de mensen om zich heen te verzorgen.
Mensen worden zich ineens bewust waar het leven nu eigenlijk om draait. Het leven staat op het spel en dan krijg je een ander perspectief. Alles wat tijdelijk is, is niet meer zo belangrijk. Ook zie je saamhorigheid ontstaan. Het gevoel dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Mooie initiatieven om mensen die het moeilijker hebben dan jezelf te steunen.
Gezinnen zijn noodgedwongen dagelijks met elkaar opgescheept. Je moet nieuwe structuren en routines zien te vinden. Veel gezinnen groeien hierdoor meer naar elkaar toe. Je wordt creatief in het oplossen van problemen en meer dingen worden samen ondernomen. Het is de kunst om van de nood een deugd te maken. Aan de andere kant heb je ook gezinnen die door deze crisis van elkaar gescheiden zijn. Denk aan kinderen die in een instelling zitten of door een stage in het buitenland niet meer naar huis kunnen.
We kunnen niet meer naar de samenkomsten van de kerk en zoeken ons geestelijk voedsel op tv en sociale media. Hierdoor zie ik ook hoe verschillend christenen met deze crisis omgaan. De één ziet het als een oordeel van God en de ander als een aanval van Satan. De één zegt dat we zonden moeten belijden en de ander zegt dat we genezing moeten proclameren. De laatsten richten hun geloof als een toverspreuk op hun zorgen in plaats van op God.
Ik denk dat deze dingen moeten gebeuren...honger, oorlog ziekten ze gaan als weeën over de wereld. Wij als christenen kunnen deze rampen niet ontkomen maar we kunnen hierin wel Gods vrede ervaren en anders zijn. Een lichtend licht zijn voor de mensen om ons heen. Mensen wijzen op een hoopvolle toekomst. In dit dal van diepe duisternis hoeven wij niet te vrezen. God is nabij en voorziet in alles wat we nodig hebben en dat is Zijn diepe vrede.
We leven allemaal in een gebroken schepping en we zijn zoals prediker 9:11 zegt afhankelijk van tijd en toeval. En toch met dit verschil dat we geen wezen zijn. Wij hebben een Hemelse Vader die ons ziet en nabij is. In wat we ook moeten meemaken. We mogen onze ogen omhoog heffen en leven met een eeuwig perspectief. We hoeven en moeten in geen ding bezorgd zijn. God wil ons vullen met Zijn vrede wat onze omstandigheden ook zijn. Hij wil ons hart en onze gedachten beschermen. We moeten ons niet richten op onze zorgen (die mogen we bij God brengen) maar we mogen ons richten op Gods beloften en leven tot eer en glorie van Hem. Dan dragen niet meer de kroon van de dood maar de kroon van het eeuwige Leven. Die kroon is Christus.
Ps Natuurlijk mogen we bidden dat het virus zal verdwijnen maar met deze blog wil ik de aandacht richten op God. Vertrouw op Hem, die het Leven is. Hij laat je niet los. Zijn Liefde is met je. Welke stormen er ook woeden. Hij is aan boord.
Jeruzalem, roem de HEERE , Sion, loof uw God. Want Hij maakt de grendels van uw poorten sterk, Hij zegent uw kinderen in uw midden. Hij doet in uw gebied vrede heersen, Hij verzadigt u met het beste van de tarwe. (Psalm 147:12-14 HSV)
Waar kan je nog gerust wonen? Wij wonen in een klein dorp waar veel mensen de deur niet op slot draaien. Gewoon even achterom binnenlopen is heel gewoon en voor een klein boodschapje gaat de deur ook niet dicht. Het is me wel eens overkomen dat ik bij de buurvrouw binnenliep en er niemand thuis was. De buurvrouw haalde net de kinderen van school. Wij komen uit de stad en waren dit niet gewend, maar je burgert al snel in. Ook onze deuren staan open en...soms ook als ik een rondje met de hond ga lopen. De autodeur en de fietsen staan al helemaal nooit op slot. In de 12 jaar dat we hier nu wonen is er nog nooit iets gebeurd en je wordt steeds makkelijker. Eigenlijk niet zo verstandig maar het geeft je een vrij gevoel. Hier in ons dorp is het veilig en vertrouwt. Totdat je wakker wordt geschud en er toch bij iemand is ingebroken. Bah stadse fratsen hebben ons dorp bereikt. Het geruste gevoel gestolen. Toch maar 's avonds alle deuren goed op slot. We leven nu eenmaal in een gebroken wereld.
Het deed me denken aan het verhaal van een volk uit de Bijbel. De inwoners van Hazor worden door God gewaarschuwd om te vluchten. Koning Nebukadrezar rukt op tegen het volk dat gerust en onbezorgd woont, dat geen poorten en grendels heeft- zij wonen alleen. (Jeremia 49:31) Ook eerder in de Bijbel staat zo'n verhaal. Als de Danieten nieuw grondgebied zoeken komen ze ook een volk tegen dat rustig en onbezorgd woont en geen helper heeft en het wordt, om die reden, onder de voet gelopen. (Richteren 8:7)
Het is niet zo slim om zonder poorten en grendels te leven. We zijn in deze wereld letterlijk maar ook geestelijk van poorten en grendels afhankelijk.
"Op God vertrouwen is goed maar zet je fiets wel op slot"
Aan de ene kant roept God je op om jezelf aan hem toe te vertrouwen en je geen zorgen te maken over je leven en aan de andere kant moeten we waakzaam blijven en Zijn wapenrusting dragen om stand te kunnen houden. We staan als christenen in twee werelden. We zijn wel in de wereld maar niet meer van de wereld. We maken deel uit van een nieuw Koninkrijk. De wereld zal ons haten en vervolgen. Toch mogen we rust en vrede ervaren. Vrede die alle verstand te boven gaat en die de wereld niet kan geven. Vrede niet omdat er geen onheil dreigt maar omdat God erbij is. Rust te midden van de stormen van het leven. We leven in een vijandige wereld. Jezus zegt dat we argeloos als duiven en slim als slangen moeten zijn.
Voorzichtige argeloosheid. Een grotere tegenstelling bestaat er niet. Hoe doe je dat? Dan kijk ik telkens weer naar Jezus. Hij oordeelde niet maar sprak mensen aan op het goede. Van het goede uitgaan maar ook accepteren dat je rechten geschonden zullen worden. Hierin mogen het verschil maken. Wij, geheel anders dan de wereld, hebben Christus leren kennen. God geeft ons geen lafhartige geest maar een geest van liefde, kracht en...gezond verstand. (2 Tim 1: 7) We mogen met deze nieuwe natuur in de wereld staan. De HEER is goed, een vesting in tijden van nood, hij kent wie bij hem schuilen. (Nahum 1: 7) Hij is de poort en de grendel van ons geestelijk huis.
Laatst was ik op een feestje en stond met een groepje mensen te praten die ik niet kende. Op een of andere manier kwam het christelijk geloof ter sprake. Er werd heftig gediscussieerd en men was het in grote lijnen met elkaar eens dat geloof ongrijpbaar en niet te bewijzen was. De conclusie was dat het geloof mede daarom geloof genoemd werd. Er werd lacherig gezegd.. "Je moet het maar geloven"
Maar wordt het woord 'geloof' op deze manier in de Bijbel gebruikt? Is het twijfelend maar te hopen dat wat in de Bijbel staat waar is. Ik denk dat het woord 'geloof', zoals de Bijbel het bedoelt, juist het omgekeerde van twijfel is. Geloven is je vertrouwen stellen in Gods Woord. Dat je gelooft in God en wie Hij zegt dat Hij is. Het is zelfs nog een stap verder want de demonen geloven (en weten) ook dat God bestaat en zij sidderen."U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen." (Jac. 2:19)
Geloven is jezelf helemaal toevertrouwen aan God. Als God zich aan jou openbaart dan kan je niet meer om hem heen. Geloof is geen twijfel maar een zeker weten. Zeker zijn over iets dat niet zichtbaar is. Een vast vertrouwen op dat wat God beloofd. Je vertrouwt God je hele leven toe en dat wordt zichtbaar in je dagelijkse handel en wandel. Ja, ik vertrouw mijn Hemelse Vader en ben niet beschaamd uitgekomen. Telkens weer bevestigt God Zijn aanwezigheid in mijn leven en in het leven van vele anderen die daarvan getuigen. We zien het nog niet, maar we weten dat het waar is.
Maar ja...je moet het wel geloven.
Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. (Hebr. 11:1)
Filmtip:
Afgelopen zaterdag zijn we naar de film geweest I can only imagine (Ik kan het me alleen voorstellen). Een waargebeurd verhaal over het leven van Bart Millard, de leadzanger van Mercy me. Hoe door Gods genade zijn vader veranderde van een monster in een vader die hij altijd had willen hebben. Ook hier is het geloof van twijfel een vaste zekerheid geworden en heeft levens veranderd. Een indrukwekkende film met een lach en een traan. Echt een aanrader.
Van 14 oktober tot zondag 20 oktober wordt dit jaar het loofhuttenfeest gevierd. Het leek ons leuk om dit feest als gezin mee te vieren. Het is weer een gelegenheid om ook onze pubers op een leuke manier in aanraking te laten komen met het geloof. We hebben in de serre wat takken opgehangen en een soort loofhut gebouwd. Wel niet zoals het hoort maar we konden hiermee wel het feest aan de jongens uitleggen. Vrijdagavond hebben we hier Sjabbat gevierd en we eten een week lang in de versierde serre. De uitleg van het feest hebben we gedaan aan de hand van het lied 'Dit is niet ons huis' van Christiaan Verwoerd. We hebben de tekst uitgeprint en voorgelezen.
Het loofhuttenfeest is net als Pesach (Pasen) en Sjavoeot (Pinksteren) een pelgrimsfeest die in de Bijbel door God aan de Israëlieten werd gegeven. Het loofhuttenfeest is een vreugdevol feest. Het een oogstfeest, een feest van verwachting waarbij de woestijntocht na de bevrijding uit Egypte wordt herdacht. De Israëlieten leefden 40 jaar onder de beschuttende bescherming van God in een tent, een 'soeka' op weg naar het beloofde land. Zo zijn ook wij in onze aardse tent op weg naar Gods vrederijk, het huis van onze Vader.
"Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden. Hij nu Die ons hiervoor heeft gereedgemaakt, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft. Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, uitwonend zijn van de Heere, want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen."(2 kor 5:1-7)
De loofhut wordt gemaakt van natuurlijke materialen zoals takken en bladeren. De 'soeka' wordt versierd met vruchten en slinger. Door het dak van de loofhut moet je de sterren kunnen zien. Doordat je een week lang eet en slaapt in de loofhut ervaar je, je eigen kwetsbaarheid en vergankelijkheid van je eigen aardse tent en de betrekkelijkheid van aardse rijkdom. Men leest in deze tijd het boek prediker waarin ook naar voren komt dat het leven vluchtig is en onze eigen handelingen maar beperkte macht bezitten. Toch is dit feest een feest vol vreugde, omdat je gaat beseffen dat je leven in Gods handen rust. Hij komt onder ons wonen.
"Op de eerste dag van de zevende maand moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de Heere, uw God, verblijden. Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb." (Leviticus 23:40-43)
In Nehemia 8 staat hoe de Israëlieten opnieuw de opdracht kregen om deze feesten te vieren: Deze dag is heilig voor de HEERE uw God. Rouw dan niet en huil niet. Heel het volk huilde namelijk toen ze de woorden van de wet hoorden. Verder zei hij tegen hen: Ga, eet lekkernijen en drink zoete dranken. En deel uit aan hen voor wie niets is klaargemaakt, want deze dag is heilig voor onze Heere. Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht.
Henze heeft jaren geleden een houten bord gemaakt voor boven de schouw van ons vorige huis. Het bord hangt nu in de schuur. Er staat: De Heere is mijn kracht. Maar eigenlijk is deze zin niet compleet Er gaat er iets heel belangrijks aan vooraf. Namelijk de vreugde van de Heere.
Loofhuttenfeest het vrolijkste feest van het jaar en zal niet alleen een feest van de Israëlieten blijven. Het feest zal net als Pasen en Pinksteren door Jezus Christus vervuld worden.
"De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren."(Zacharia 14:16)
Puberteit, mijn kinderen zitten er midden in. Je bent nog geen volwassene en ook geen kind meer. Je gaat je eigen ik ontdekken en dat wat voor jou belangrijk is. Je zet je heftig af tegen alles wat onecht en onrechtvaardig is. Je eigen mening wordt geslepen, gescherpt en geoefend op alles en iedereen. Je wereld wordt zwart/wit. Het grijze gebied is schijnheilig.
Ik weet nog goed hoe ik zelf de puberteit heb ervaren. Ik heb in die tijd een dagboek bijgehouden. Ik was onzeker van binnen maar keihard van buiten, mede omdat mijn ouders in die tijd gingen scheiden. Alles en iedereen vond ik vreselijk burgerlijk. Zekerheden en vanzelfsprekendheden vielen weg. Waarom zou je nog naar iemand luisteren of respect hebben als zelfs je ouders je in de steek laten. Ondanks mijn wat-kan-mij-het-schelen houding had ik een enorme behoefte om geaccepteerd en begrepen te worden.
Pubertijd is dan ook de tijd dat kinderen zich losmaken en hun eigen wegen zoeken. Toen ik mijn dagboek weer eens las kwam ik het moment tegen dat ik het geloof los ging laten.
Echt christelijk waren we niet maar in mijn kindertijd werd ik wel voorgelezen uit de kinderbijbel en ik ging naar een christelijke school. Het christelijke geloof sprak me wel aan. Te weten dat er een God is die je ziet en met wie je kan praten. In mijn dagboek schrijf ik dat je goed moet leven want anders is God tegen je. Ook schrijf ik dat je God ook niet mag storen met onbelangrijke dingen. Het geloof hield me dus wel bezig maar ik zag God als strenge meester en wist niks van het verlossingsplan van God.
Langzaam liet ik dit geloof los. Ik las het boek 'het onzichtbare licht' van Evert Hartman gaf me dat extra zetje om het geloof los te laten. Het boek gaat over een meisje dat haar spirituele gaven ontdekt. Het christelijke geloof wordt afgeschilderd als bekrompen en achterhaald. Daarnaast gingen mijn ouders zich ook bezighouden met zaken zoals aurareading/healing en astrologie. God werd het goddelijke, een onpersoonlijke energie waar ik zelf deel van was. Ik moest god in mijzelf ontdekken.
In mijn dagboek schrijf ik op 14-jarige leeftijd:
"Lieve vader, er zijn zoveel hindernissen die uw rechte weg vertroebelen, dat ik u soms niet meer zie. Ik bedoel daarmee dat ik vaak van Uw weg verdwaal. Maar gelukkig altijd weer gevonden heb amen."
Dit was het moment dat ik het geloof los ben gaan laten en me ben gaan verdiepen in andere godsdiensten. Alle godsdiensten zijn toch wegen naar hetzelfde doel zei een leraar.
Het begint klein. Een spannend boek of film die vraagtekens zet bij het geloof en als je, wat het geloof betreft, niet sterk in je schoenen staat wordt je zo meegetrokken met de leugen van de slang. 'En je zult als God zijn.' Het werd letterlijk steeds donkerder om mij heen.
Toch liet God mij niet los en is de lange weg met mij meegegaan tot ik Hem weer mocht ontdekken. We klimmen niet omhoog en zijn niet op de weg naar het goddelijke maar God kwam zelf in Jezus naar deze wereld.
‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Johannes 8:12
Het christelijke geloof is het geloof van bevrijding. Ik hoop dat onze kinderen de juiste keuzes mogen maken op grond van de Waarheid. Dat we het goede leven mogen voorleven en ze Gods liefde mogen bekendmaken. God laat ze niet los.