Lees Genesis 46 en 47
"Toen zei God tegen Abram: Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar ook zal Ik over het volk dat zij zullen dienen, rechtspreken en daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken....De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol." (Gen.15.13-16, HSV)
De profetie die hier aan Abraham is gegeven gaat nu beginnen met zijn vervulling. Israël vertrekt op 130-jarige leeftijd met zijn hele hebben en houden naar zijn zoon Jozef in Egypte.
In Berseba (de plek waar zijn vader Izak een altaar bouwde) spreekt God in een nachtelijk visioen tot Israël. God zal hem in Egypte tot een groot volk maken. God zal meetrekken naar Egypte en zal zijn volk ook zeker doen terugkeren.
Het volk gaat naar de landstreek Gosen. Juda gaat voorop om de weg te wijzen en als ze aankomen, komt Jozef ze tegemoet. Eindelijk ontmoet hij zijn vader. Ze vallen elkaar huilend om de hals. De verloren zoon weer thuis in de armen van zijn vader.
"Het totale aantal zielen die met Jakob naar Egypte kwamen en die van hem afstamden, afgezien van de vrouwen van de zonen van Jakob, was bij elkaar zesenzestig zielen. De zonen van Jozef, die bij hem in Egypte geboren waren: twee zielen. Het totale aantal zielen die tot het huis van Jakob behoorden en die naar Egypte kwamen, was zeventig." (Gen. 46.26-27, HSV)
Jozef gaat met zijn vader en vijf broer naar de farao toe. Hij had de broers nog zo gezegd dat ze moesten zeggen dat ze veehouders waren in plaats van herders, maar de broers vertellen de farao de waarheid. Ze zijn gewoon herders (een gruwel in de ogen van Egyptenaren). Toch mogen ze in het beste deel van het land wonen. Ze gaan in de landstreek Gosen in Rameses wonen.
Jakob zegent de farao. Dit kleine zinnetje laat zien dat Jakob zichzelf boven de farao plaatst. Want in Hebreeën 7:7 staat: "Het valt niet te ontkennen dat wie minder is, gezegend wordt door wie de meerdere van hem is."
Jozef onderhoudt zijn familie met voedsel. Hij voedt de volken en neemt zo hun geld, vee en grond af in ruil voor voedsel. De volken worden slaaf op hun verkochte gronden en een 5de deel van de opbrengt komt de farao toe.
De familie van Israël bleef in de streek Gosen in Egypte wonen. Ze hadden daar eigen grond gekregen. Ze kregen veel kinderen en vermeerderden sterk, zodat hun familie heel groot werd. Jakob leefde nog 17 jaar in Egypte.
Wij kunnen Gods pan niet overzien maar Gods plan gaat door. De Messiaanse lijn, het Nageslacht van Abraham, Izak en Jakob...
De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht. Hij verandert de tijden en tijdstippen, Hij zet koningen af en stelt koningen aan, Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben. Hij openbaart diepe en verborgen dingen, Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem. U, God van mijn vaderen, dank en prijs ik...(Daniël 2:20-23, HSV)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten