Lees Job 18, 19, 20 en 21
De vrienden gaan door met hun beschuldigingen en wijzen Job op de verschrikkelijke gevolgen als hij zich niet zal bekeren. Hel en verdoemenis wordt gepredikt om Job zover te krijgen dat hij zal erkennen dat hij een grote goddeloze zondaar is.
Job is verbaasd dat zijn vrienden Bildad en Zofar hem zo hard blijven behandelen. Met hun woedende woorden verdienen zíj de dood. Ze zouden geschokt moeten zijn en hun mond moeten houden. Ook de mensen om hem heen hebben een afschuw van hem gekregen en vermijden hem. Job schreeuwt het uit:
"Ontferm je over mij, ontferm je over mij, jullie, mijn vrienden! Want de hand van God heeft mij getroffen. Waarom vervolgen jullie mij, zoals God, en worden jullie niet verzadigd van mijn vlees?" (19:21)
Ondanks dat hij het vijandige handelen 'van' God niet begrijpt, blijft hij vertrouwen op Gods hart.
"Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Ik zelf zal Hem aanschouwen, en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde; mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste." (19:25)
Job blijft vertrouwen en verlangen naar God die hem ziet en hoort.
Toch verbaasd hij zich erover dat het de goddelozen goed lijkt te gaan en het is niet eerlijk dat ze in vrede sterven. Ze moeten zelf de straf voelen die ze verdiend hebben. De één heeft van het leven genoten als hij sterft en een ander sterft terwijl hij alleen maar armoede heeft gekend. Het is gewoon niet eerlijk Het is niet zo eenvoudig dat je kan zeggen het je eigen schuld is dat je ellende overkomt. Het zit veel ingewikkelder.
In Lucas 13:4 lezen we
"En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Denkt u dat deze Galileeërs grotere zondaars zijn geweest dan alle andere Galileeërs, omdat zij zulke dingen geleden hebben? Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen. Of die achttien, op wie de toren in Siloam viel en die daardoor gedood werden, denkt u dat zij meer schuld hebben gehad dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen."
De discipelen van Jezus die ook met deze vragen worstelden. Ze vroegen bijvoorbeeld bij de genezing van de blindgeborene aan Jezus wie gezondigd had. Hijzelf of zijn ouders. (Johannes 9:1-3) Ellende die ons overkomt heeft vaak niet te maken met de grote van onze zonde maar dat we leven in een gebroken en zondige wereld. Toch mogen we dan onthouden: Mijn Verlosser Leeft... God is een God die hoort en ziet (Psalm 10:14, 17, Psalm 94:9) en met ontferming is bewogen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten