zaterdag 20 april 2019

40. Pasen, Hij Leeft! Het is echt waar.



Morgen is het Pasen. 40 dagen in de Bijbel op zoek naar alle profetieën die over de komende Messias gaan was een hele uitdaging. De reis ging van Adam tot en met Maleachi. De boeken van Mozes en de profeten. Het was een hele reis met vele ontdekkingen en vergezichten. Mooi om zo op weg te gaan naar Pasen.

Het was best wel lastig om tijd te vinden om elke dag een stukje te schrijven over de Bijbelgedeelten die ik had gelezen. De Bijbelboeken van de kleine profeten staan niet op volgorde zoals ze in de Bijbel staan. Ik heb ze in volgorde van tijd gelezen. Bij het schrijven probeerde ik het Bijbelverhaal zoveel mogelijk voor zichzelf te laten spreken en er niet teveel zelf een invulling aan te geven.

Door de Bijbel in korte tijd in z'n geheel te lezen zie je ook meer de wonderlijke samenhang en de context van de verhalen. Er viel nog zoveel meer te schrijven over alle ontdekkingen, maar ik heb me beperkt tot de profetieën over Gods verlossingsplan. Natuurlijk staan er nog veel meer profetieën in de Bijbel. Ik heb er maar een kleine greep uit gedaan. Misschien waren de blogjes een beetje saai maar ik schrijf deze blog in de eerste plaats voor mezelf. Om alle mooie ontdekkingen, gedachten en belevenissen te bewaren en toch hoop ik ook dat ze een ander tot zegen mogen zijn.

Pasen. Jezus is opgestaan. Hij Leeft. Hij is de Messias die zou komen. Zonder deze boodschap is ons geloof zonder inhoud.

"Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. …Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt." (1 Korintiërs 15)

Het kerstfeest bracht God bij de mensen, Het Paasfeest bracht de mensen bij God en nu gaan we op weg naar Pinksteren dat God in de mens komt wonen door Zijn heilige Geest. 

vrijdag 19 april 2019

39. Maleachi, Hij komt


Maleachi is de laatste kleine profeet van het Oude Testament. Hij waarschuwt de mensen, die zijn teruggekeerd uit Babel. Dankbaar zijn ze begonnen met de opbouw. De tempel is gereed. Wat een feest, maar na een tijdje gaan ze weer hun eigen wegen en zetten God op een tweede plaats. Ze zijn wel religieus maar ze kennen God niet. Het religieuze handelen is een automatisme geworden waarbij hun hart niet betrokken is. Ze hebben het te druk met hun eigen levens en beseffen niet dat God het is, die hen dat leven schenkt. Het ontbreekt hen aan werkelijke inzicht en ontzag. Ze gaan weer dezelfde fouten maken als hun voorvaderen. 

Om moedeloos van te worden. Leren ze het nou nooit. Toch belooft God een andere tijd. God zal de mens van binnenuit gaan veranderen. Ook Maleachi profeteert over de komende Messias en de bode (profeet Elia) die voor Hem uitgestuurd wordt. Plotseling zal de Messias er zijn. Onverwacht zal God zelf in hun midden komen en de priesters reinigen. Jezus zei dat deze bode Johannes de Doper was. 

Wie is Johannes de Doper: 

"Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.” Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. Want de profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes. En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou." (Mattheüs 11)


"Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de Here der heerscharen. Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt?"  (Maleachi 3)
"Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban." (Maleachi 4)


De naam Maleachi betekent bode of engel van God. Maleachi sluit het Oude Testament af met een boodschap van hoop. Hij wijst naar de komende Messias. Hij komt, God zelf zal herstel brengen. Immanuel, God met ons.

."Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal." (Maleachi 4)





donderdag 18 april 2019

38. Haggaï, de tempel

In het eerste jaar dat Kores koning van Perzië was vervulde de Here de profetie van Jeremia. Alle Joden mochten terugkeren naar Jeruzalem om te helpen bij de herbouw van de tempel van de Here, de God van Israël. Er keren ruim 42.000 Israëlieten terug naar Jeruzalem. Als eerste wordt er een altaar gebouwd en nog voor het fundament is gelegd worden er offers gebracht. Er is een groot feest als het fundament klaar is. De vijanden van Juda vernemen dat de tempel wordt herbouwd en proberen op allerlei manieren de bouw stil te leggen. Ze proberen de Israëlieten te ontmoedigen en bang te maken. Ze sturen brieven naar koning Kores waarin staat dat de Israëlieten in opstand willen komen. Ze blijven deze brieven met valse beschuldigingen sturen tot Darius aan de macht komt. Pas dan krijgen ze het zover dat de bouw wordt stilgelegd.

De Israëlieten richten zich op hun eigen bezigheden. Ze lopen te draven voor hun eigen huis en lopen de zegen van de Here mis. De oogsten mislukken en dat valt te wijten aan de verkeerde prioriteiten. Of zoals in het evangelie van Mattheüs staat:

"Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden." (Mattheüs 6:33 ) 
Haggaï spoort het teruggekeerde volk aan om verder te gaan met het herstel van de tempel. Ondanks het verbod gaan ze verder met de bouw. God zelf geeft ze het verlangen in het hart.

God geeft een belofte:

"Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog ééns, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven. Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen. Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen. De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen. 

In de koninklijke archieven wordt de opdracht van koning Kores voor de herbouw van de tempel gevonden. Darius geeft het bevel dat de herbouw van de tempel niet verder verhinderd mag worden. Juda zet de bouw van de tempel met succes voort. In het zesde jaar van koning Darius is de tempel gereed.

God geeft uitzicht op een toekomstige heerlijkheid van de tempel en de vrede die Hij zal geven in de Messias (de Wens van alle heidenen). Zerubbabel gouverneur van de Perzische provincie Juda krijgt een persoonlijke boodschap van God. God heeft hem uitverkoren als Zijn zegelring. Hij is de afstammeling van David en een voorouder in de geslachtslijn van Jezus.

"Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. In de Schrift staat immers: ‘In Sion leg ik een hoeksteen die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.’" (1 Petrus 2)

woensdag 17 april 2019

37. Obadja, broedermoord verzoend

Obadja is het kleinste boek van het oude testament. Het is een profetie over Edom. Toch staat er in dit boek met maar één hoofdstuk ook een heel klein stukje over Gods verlossingsplan. Eigenlijk een hele berg.

Het volk Israël wordt weggevoerd naar Babel en Jeruzalem wordt verwoest. Edom heeft zich met leedvermaak verheugd over de ongeluksdag van Juda. Het heeft zijn broedervolk Israël in de steek gelaten en zelfs meegedaan aan de slachting. Ze hebben vluchtende Judeeërs opgepakt en overgeleverd. God kan niet toestaan dat de ene broer de andere dood. Het oordeel dat Edom boven het hoofd hangt wordt afgekondigd. Ze zullen net als de andere volken de beker van Gods toorn moeten leeg drinken, maar Obadja profeteert ook dat er bevrijding zal zijn. Alle mensen die vluchten naar de berg Sion zullen ontkomen aan het oordeel.

Alle volken/ mensen hebben straf verdient "maar de berg Sion zal een toevluchtsoord zijn, een afgezonderde schuilplaats." "...Het volk Israël zal het land weer in bezit nemen....Want verlossers zullen naar de berg Sion komen en heersen over heel Edom. En de Here zal Koning zijn."

In het Nieuwe Testament wordt deze berg Sion de stad van de levende God genoemd. Het gaat over het bloed van Jezus dat krachtiger spreekt dan Abel. Het oordeel over vermoorde broer (al het onrecht) wordt verzoend door het bloed van Jezus. Maar we moeten wel komen en Gods vergeving aanvaarden.
"Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben ,en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel." (Hebreeën 12:22)









dinsdag 16 april 2019

36. Daniël, de gezalfde vermoord

Daniël was met andere adellijke en wijze jongens uit Juda uitgekozen om een driejarige opleiding te volgen om daarmee in het paleis dienst te kunnen doen. Daniël weet, net als Jozef, met Gods hulp dromen uit te leggen. En net als Jozef krijgt Daniël hierdoor een hoge functie aan het hof. Hij blijft deze hoge functie behouden tijdens de regeringen van koning Belsazar, Kores en Darius.

God openbaart hem de droom van Nebukadnezar. Het is een droom over de toekomst. Nebukadnezar droom ging over een reusachtig beeld met een hoofd van goud. De borst en armen waren van zilver. De buik en dijen van koper en de benen van ijzer. De voeten waren een mengsel van klei en ijzer. Zonder toedoen van een mens kwam er een steen los van een berg en rolde van de berg af en verpletterde de voeten en verpletterde ook de rest van het beeld, zo fijn als kaf, zodat de wind alles wegblies. Er bleef niets van het beeld over. Deze losgeraakte steen groeit uit tot een grote berg die de hele aarde bedekt.
De droom gaat over de verschillende koninkrijken die elkaar zullen opvolgen, te beginnen bij Nebukadnezar. Tijdens de koninkrijken van klei en ijzer zal God zelf een Koninkrijk oprichten dat nooit een einde zal hebben. Een eeuwig Koninkrijk.

Ook Daniël zelf krijgt visioenen over de toekomst. Het gaat over 4 wereldmachten die elkaar zullen opvolgen en deze wordt uitgebeeld door dieren. Het laatste dier is afschrikwekkend en vol grootspraak. Het zal tekeer gaan tegen God. Het zal de hele wereld verslinden en alles vernietigen. Het zal oorlog voeren tegen de heiligen en hen overwinnen, totdat God zelf de heiligen de overwinning geeft. God zal rechtspreken. Alle naties, koningen en grootheden zullen hun macht kwijtraken aan het heilig volk van God. Hij zal voor eeuwig over alles en iedereen regeren.

Hierna krijgt Daniël een visioen over het lijden en sterven van Jezus.

"Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. "(Daniël 9)


Er zal een strijd blijven tot de eindtijd maar er is ook hoop.
"...maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. Tijdens hun onderdrukkingen krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen bij hen aansluiten. Maar ook sommige van de verlichten komen ten val; mogen zij worden gelouterd, gereinigd en gezuiverd tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken." (Daniël 11)


"Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd." (Daniël 12)





maandag 15 april 2019

35. Ezechiël, God verandert mensen

Arme Ezechiël moet de meest bizarre opdrachten uitvoeren om uit te beelden wat God van plan is met het volk Israël. Maar Ezechiël mag ook door visioenen een blik in de hemel werpen. Hij is profeet in de tijd dat het volk van Juda in ballingschap is gegaan naar Babel. Hij geeft het volk hoop en een nieuwe toekomst. Onder meer de 'bouwtekening' van een nieuw te bouwen tempel. Een toekomst waarvan een groot deel pas zijn vervulling zal krijgen in het werk van Jezus Christus. Hieronder een paar teksten die wijzen naar het grote verlossingsplan van God.

"Ik zal hun één ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit hun vlees wegdoen en hun een ​hart​ van vlees geven, zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn." (Ezechiël 11:19)

"Ik zal ​rein​ water op u sprenkelen en u zult ​rein​ worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u ​reinigen. Dan zal Ik u een nieuw ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit uw lichaam wegnemen en u een ​hart​ van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt...Ik zal u verlossen van al uw onreinheden.." (36:25)

Tweemaal zegt God in het boek Ezechiël dat hij zijn volk van binnen wil veranderen. Een nieuwe geest, Zijn eigen Geest zal Hij ons geven en een nieuw warm kloppend hart, zodat we Hem werkelijk kunnen volgen. Hij zelf zal maken dat we ook naar Zijn verordeningen, Zijn liefde, kunnen leven. Iets dat we zelf in eigen kracht niet kunnen. God wil Zijn volk niet vernietigen maar vernieuwen. Hij haat de zonden maar wil de zondaar redden en werkelijk tot leven brengen.

Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven? (18:21)Werp al uw ​overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw ​hart​ en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, ​huis​ van Israël?

 Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël? (33: 11)

God achtervolgt Zijn volk met Zijn goedheid en liefde. Als een goede Herder zoekt Hij naar wat verloren is. Hij zet de mensenwereld op zijn kop. Wat belangrijk is voor de wereld is niets in de ogen van God en wat onbelangrijk en weggeworpen wordt door de wereld zoekt God juist op. De Knecht David zal Koning zijn. Koning-knecht Jezus Christus. Hij die het gelijk-zijn aan God niet vasthield. Hij heeft zich ontledigd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen en Hij is aan de mensen gelijk geworden, gehoorzaam tot de dood aan het kruis. Hij zal het verlorene zoeken en reinigen.


Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar ze op zoek gaan. 
Zoals een ​herder​ op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen....Ik zal Zelf Mijn schapen weiden en Ik zal ze Zelf doen neerliggen, spreekt de Heere HEERE. Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken, maar het welgedane en het sterke zal Ik wegvagen. Ik zal ze weiden zoals het hoort.(34:11)

"Niets blijft hetzelfde! Wie nederig is, zal Ik verheffen, en wie hoogmoedig is, zal Ik vernederen. Omkeren, omkeren, omkeren zal Ik die! Ja, dat wat er was, zal er niet meer zijn, totdat Hij komt Die er recht op heeft, en Hem zal Ik het geven!" (21:27)

Ik zal hen verlossen in al hun woongebieden, waar zij gezondigd hebben, en Ik zal hen ​reinigen. Dan zullen zij een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor hen zijn. En Mijn Knecht ​David​ zal ​Koning​ over hen zijn. Voor hen allen zal er één ​Herder​ zijn. Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en Mijn verordeningen in acht nemen en die houden. (37:25)


zaterdag 13 april 2019

34. Zacharia, Palmpasen

"Jubel luide, gij dochter van ​Sion; juich, gij dochter van ​Jeruzalem! Zie, uw ​koning​ komt tot u, hij is ​rechtvaardig​ en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong. Dan zal Ik de wagens uit Efraïm en de paarden uit ​Jeruzalem​ tenietdoen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan; en hij zal de volken ​vrede​ verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde." (Zacharia 9)

"En toen zij ​Jeruzalem​ naderden en in Bethfagé bij de ​Olijfberg​ gekomen waren, zond ​Jezus​ twee discipelen uit en zei tegen hen: Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de ​profeet, toen hij zei: Zeg tegen de dochter van ​Sion: Zie, uw ​Koning​ komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is. En de discipelen gingen heen en deden zoals ​Jezus​ hun bevolen had; zij brachten de ezelin en het veulen, en zij legden hun ​kleren​ erop en zetten Hem daarop. En het grootste deel van de menigte spreidde hun ​kleren​ uit op de ​weg​ en anderen hakten takken van de bomen en spreidden ze uit op de ​weg. De menigte die vooropliep en die volgde, riep: Hosanna, de ​Zoon van ​David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!" (Mattheüs 21)

Zacharia's profetie over de komende Koning, de Messias wordt door Jezus vervuld. Nederig rijdend op een ezel. De Vredevorst wordt met gejuich verwelkomd. Nu zal er een nieuwe tijd van vrede komen en de vijanden worden verjaagd. Maar Jezus komt niet om deze menselijke vijanden te overwinnen. Hij rijdt richting het kruis om de werkelijke vijand te verslaan. Werkelijke vrede zal Hij komen brengen, Shalom. Hij geeft niet de afwezigheid van strijd maar brengt de aanwezigheid van God. God wil in ons midden wonen. In ons hart, ons lichaam wordt een tempel van Zijn Heilige Geest. Hij zal ons één maken. Heel maken en met ons zijn alle dagen van ons leven, tot aan de voleinding van de wereld.

"Jubel en verheug u, gij dochter van ​Sion! want zie, Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord des Heren, en vele volken zullen te dien dage gemeenschap zoeken met de Here en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen."

Jezus op weg naar het kruis. Hij weet wat Hem te wachten staat en Hij weet van het lijden. Het verraad. Ook dat wordt in Zacharia voorzegd. Het loon van Judas op de 'cent' nauwkeurig.

"En ik heb tot hen gezegd: Indien het goed is in uw ogen, geeft mijn loon, maar indien niet, laat het. Toen wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken. Maar de Here zeide tot mij: Werp dat de ​pottenbakker​ toe; een heerlijke prijs waarop Ik hunnerzijds geschat ben! En ik heb de dertig zilverstukken genomen en die in het ​huis​ des Heren de ​pottenbakker​ toegeworpen."

Hij kijkt zelfs over het kruis heen naar het lijden wat de mensen nog te wachten staat en waar alles uiteindelijk op uit zal lopen. Zijn wederkomst. 

"Ik zal over het ​huis​ van ​David​ en over de inwoners van ​Jeruzalem​ uitgieten de Geest der ​genade​ en der ​gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig ​kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een ​eerstgeborene."

In die tussentijd leven we nu en mogen we met Hem wandelen door het leven met Zijn Shalom en vredestichters zijn. 

vrijdag 12 april 2019

33. Habakuk, vrede in de strijd

Habakuk is een profeet die een dialoog met God aangaat. Waarom doet U niets God? Er is zoveel onrecht en Gods volk wordt als straf belaagd door het Babylonische leger. Mogen deze goddelozen ongestraft Gods volk vernietigen? God zegt dat Hij zal antwoorden. Habakuk moeten geduld hebben. Eens zal er een andere tijd komen.  Het geweld zal stoppen. Eens zal de aarde vol worden van de kennis van de Heer der heerlijkheid, zoals de wateren, die de bodem der zee bedekken. Habakuk moet wachten. Zwijgen en gelovend uitzien.

"Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven. Denk eraan: Halsstarrige mensen vertrouwen alleen zichzelf en gaan te gronde, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven." (Habakuk 2:4)

Paulus haalt deze tekst uit Habakuk aan:

"Want ik schaam mij het ​evangelie​ niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, maar ook voor de Griek. Want ​gerechtigheid​ Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven."(Romeinen 1:17)

Het zijn niet onze daden of onze goede werken maar God zelf die ons zal redden. Hij zal het goedmaken, zodat we ons niet hoogmoedig op de borst kunnen kloppen (Romeinen 3:27). Habakuk eindigt met een lied. In alle ellende die hij om zich heen ziet vertrouwt hij op Gods goedheid. Gods verlossingsplan zal zeker uitgevoerd worden. Het geweld en het woeden van de volken zal een einde hebben, ook al zit hij er nu nog middenin.
"...toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt. Al zou de vijgenboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil. De Here Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten." (Habakuk 3)


donderdag 11 april 2019

32. Zefanja, Maranatha

Zefanja spreekt over de dag van de Heer.

"Alles zal ik van de aardbodem wegvagen – ​spreekt de Heer. Mens en dier zal ik wegvagen. Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen en de vissen in de zee, alles wat de zondaars ten val heeft gebracht. En ik laat de mensen van de aardbodem verdwijnen – ​spreekt de Heer...Zwijg voor het aangezicht van de Here Here, want nabij is de dag des Heren; want de Here heeft een offermaal bereid; Hij heeft zijn genodigden ​geheiligd. " (Zefanja 1)

Ook in het nieuwe testament spreekt Petrus over deze dag. 

"De ​Heer​ is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. De ​dag van de ​Heer​ zal komen als een ​dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht. Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe ​heilig​ en vroom moet u dan niet leven, u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont."(2 Petrus 3)

God kan de zonde niet ongestraft laten. Schaamteloos volgen de volken zijn eigen onrechtvaardige en hoogmoedige wegen. Ze denken dat God niet bestaat. God doet geen goed en ook geen kwaad. Ze hebben ook geen oog voor hun medemens. God haat hun zorgeloze hoogmoed. Het oordeel over hun werken zal komen. Maar...Er is hoop.

"Dan zal ik de lippen van de volken ​rein​ maken, zij zullen de naam van de Here aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij....

Jubel, vrouwe ​Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je ​hart, vrouwe ​Jeruzalem! De Here heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De Here, de ​koning​ van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen. Op die dag zal men tegen ​Jeruzalem​ zeggen: ‘Wees niet bang, ​Sion! Laat de moed niet zinken!’ De Here, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn ​liefde​ zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen." (Zefanja 3)

De Here is in hun midden gekomen (Immanuël: God met ons). God zelf zal redding brengen, niet alleen voor zijn eigen volk maar ook voor de volken om hen heen. Deze volken zullen als eerste de Here aanroepen. God aanbidden en offers brengen. Israël zal zich niet meer hoeven schamen voor zijn zonden. Wij zullen allemaal geoordeeld maar vinden werkelijke verlossing in Christus. Hij die ons gered heeft van het komende oordeel en de dood.

woensdag 10 april 2019

31. Jeremia, gerechtigheid

Jeremia was voor de mensen uit Jeruzalem een irritante onheilsprofeet. Hij moest het volk waarschuwen dat ze zich moesten bekeren anders zou de stad verwoest worden en iedereen die het zou overleven zou in ballingschap gaan. Maar de mensen geloofden liever de andere 'profeten' die vertelden dat er niks zou gebeuren. Jeremia maakt de invallen van het Babylonische leger mee, het bloedbad en de deportatie. Jeruzalem en de tempel worden verwoest. Toch laat God het volk niet in de steek. Zeventig jaar zullen ze onderworpen worden en daarna zal de slavernij voorbij zijn en zullen ze terugkeren naar hun vaderland. Ze moeten werken voor de vrede en de welvaart van de stad waarheen ze verbannen worden. Ondanks hun ballingschap heeft de Here het goede met hen voor. God straft, opdat ze zich weer tot Hem zouden keren. Hij houdt van hen als een zoon, zijn liefste kind. God verlangt ernaar om Israël genadig te zijn. God houdt van hen met een eeuwigdurende liefde. God belooft een nieuwe tijd en Jeremia spreekt ook over de Verlosser, die komt:

"Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik voor ​David​ een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als ​Koning​ regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en ​gerechtigheid​ doen op de aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël onbezorgd wonen. Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal: DE HEERE ONZE ​GERECHTIGHEID." (Jeremia 23: 5, 6)
En nog eens

"In die dagen en in die tijd zal Ik voor ​David​ een SPRUIT van ​gerechtigheid​ doen opkomen. Hij zal recht en ​gerechtigheid​ doen op aarde. In die dagen zal Juda verlost worden en zal ​Jeruzalem​ onbezorgd wonen. Dit is hoe men de stad noemen zal: DE HEERE ONZE ​GERECHTIGHEID." , (Jeremia 33: 15, 16)

"Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn ​juk​ van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun ​Koning​ ​David, Die Ik hun zal doen opstaan....Ik zal hen tot aanzien brengen, ze zullen niet veracht worden. Zijn zonen zullen zijn als vanouds, en zijn ​gemeente​ zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden. Ik zal al zijn onderdrukkers straffen. Zijn Machtige zal één van hem zijn, zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen. Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen. Want wie is hij die met zijn ​hart​ borg wordt om tot Mij te naderen? – spreekt de HEERE. En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn." (Jeremia 30)


Er komt een rechtvaardige Koning en God zal niet meer de wet van buitenaf op zijn volk leggen. Hij zal het hart van de mensen veranderen. God zal Zijn wetten, Zijn Liefde, in het hart van de mensen leggen. De mensen zullen dan werkelijk God kennen en liefhebben. God die het verlangen, het willen als het werken, in ons zal werken. Hijzelf zal de zonde en ongerechtigheden wegnemen.

"Voorzeker, dit is het ​verbond​ dat Ik na die dagen met het ​huis​ van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun ​hart​ schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid ​vergeven​ en aan hun ​zonde​ niet meer denken." (Jeremia 31)

God verlangt ernaar dat de mensen Hem werkelijk leren kennen. Hij is de levende alomtegenwoordige God, de eeuwige Koning, de Schepper van alles wat leeft. Barmhartig en goedertieren, die de aarde rechtvaardig regeren wil. Hij trekt ons met banden van liefde. God roept zijn volk. Keer toch weer terug naar mij.

dinsdag 9 april 2019

30. Jona, Gods barmhartigheid

De Assyriërs waren een zeer gewelddadig en genadeloos volk. Israël was zeer welvarend onder het bewind van de goddeloze koning Jerobeam de tweede. Ze veroverden steeds meer gebied maar er was steeds de dreiging dat Assyriërs aanvallen zouden uitvoeren vanuit het noorden. Tegen dit heidens volk, deze onbesnedenen, moest Jona profeteren dat God hun stad Ninevé zou gaan verwoesten. Omdat Jona bang was, dat de Assyriërs zich daadwerkelijk zouden bekeren en onder hun straf uit zouden komen, vertrekt hij in tegengestelde richting. Als Jona met een boot naar Tarsis probeert te vluchten steekt er een storm op. De scheepslieden komen tot de ontdekking dat Jona verantwoordelijk is voor dit onheil en gooien hem, met tegenzin, overboord. God laat hem opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zit Jona in de vis. Jezus gebruikt deze geschiedenis van Jona als beeld van Zijn dood en opstanding.

"Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Een verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken gegeven worden dan het teken van ​Jona, de ​profeet. Want zoals ​Jona​ drie dagen en drie nachten in de buik van de grote ​vis​ was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het ​hart​ van de aarde zijn. De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en zullen het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van ​Jona; en zie, meer dan ​Jona​ is hier!" (Matth 12: 39)

Levend begraven en uit de diepten van de dood bidt Jona tot God en hij wordt gered. Dankbaar maar met grote tegenzin gaat hij naar Ninevé. Hij verkondigt de ondergang van Ninevé. Hij wordt serieus genomen en er wordt een groot vasten afgeroepen. De mensen bekeren zich. Ninevé wordt gered maar Jona is woedend.

 "Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad." (Jona 4:2)

Net als in de vorige blog is ook Jona bekend met "Gods genade-uitroep." God houdt van de wereld. Niet alleen van Israël Zijn uitverkoren volk maar ook van de grootste zondaren, wanneer zij zich bekeren vergeeft Hij hen hun zonden. God voelt medelijden met die grote stad met meer dan honderdtwintigduizend mensen, die zich nergens bewust van zijn (kinderen), en al die onschuldige dieren.


maandag 8 april 2019

29. Joël, Gods genade-uitroep

Ik zal  wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed​ en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in ​bloed, voor die dag van de Here komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de Here zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg ​Sion​ en in ​Jeruzalem​ zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de Here roepen zal." (Joël 2)
De profeet Joël profeteert over grote rampen die het land bedreigen en roept op om oprecht berouw te tonen. Joël zegt dat God genadig en barmhartig is, geduldig en rijk aan goedertierenheid. Deze beschrijving van God komt van God zelf. God roept dit uit als Hij zichzelf toont aan Mozes op de berg Horeb (Exodus 34:6) Joël profeteert over de nabije toekomst maar ook over de verre toekomst. God is niet uit op vernietiging maar op berouw en bekering. Hij geeft de mensen alle kansen om tot Hem te komen. Hij wil niet dat mensen verloren gaan. Ook Paulus haalt Joël aan dat ieder die Hem aanroept behouden zal worden. Dat is genade. 

Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw ​hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken:
Als u met uw mond de Heere ​Jezus​ belijdt en met uw ​hart​ gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het ​hart​ gelooft men tot ​gerechtigheid​ en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. "Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal behouden worden." (Romeinen 10)

Ook staat nog een stukje over de verre toekomst. "Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja,  zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Dit gedeelte wordt door Petrus aangehaald na de uitstorting van de Heilige Geest. (Handelingen 2:16) God zelf wil niet alleen redden. Hij wil in ons een heel nieuw leven geven en ons van binnenuit veranderen, zodat wij Hem werkelijk kennen en volgen. Hij schept ons naar Zijn beeld. Hij roept tot ons, Kom, en wij mogen Hem aanroepen en komen.

zaterdag 6 april 2019

28. Jesaja, de Messias

Jesaja is echt een troostboek. De profetieën geven zicht op een hoopvolle toekomst. God zelf zal redding brengen en er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. God waarschuwt voor de ellende die Israël en de volken door hun zonden over zichzelf afroepen, maar Hij verkondigt daarbij ook de Redding. Er is hoop als zij zich bekeren. God laat zich kennen als een liefdevolle ouder die zijn kind niet vergeet. Al waren onze zonden als scharlaken ze zullen wit worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn ze zullen worden als witte wol. De Heer zal het vuil afwassen en wegspoelen. Alleen door naar God terug te keren kunnen we worden gered; in rust en vertrouwen ligt onze kracht.
God belooft dat Hijzelf Zijn volk zal redden van hun zondige leven. God openbaart Zijn reddingsplan en dit reddingsplan wordt bijna tot in details beschreven. (Een maagd zal een kind krijgen en zij zal het kind Immanuël noemen, deze Zoon zal alle volken van de wereld echte rechtvaardigheid en vrede brengen, zal blinden de ogen openen, Hij zal onschuldig veroordeeld worden, Hij zal verhoogd worden, Hij zal in het graf van de rijke liggen, Hij zal opstaan uit de dood)

Niet alleen het volk Israël zal weer verzameld worden maar ook de andere volken zullen delen in Gods liefde en genade. Jesaja is ook het boek waar Jezus vaak uit citeerde.

Gods reddingsplan komt het duidelijkst naar voren in hoofdstuk 53 (het boek dat ook de kamerling uit Morenland las) Het lied van de Dienaar:

"Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard? Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ​ziekte​ vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze ​zonden​ werd hij doorboordom onze ​wandaden​ gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de ​wandaden​ van ons allen liet de HEER op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet 
en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, 
als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. 



Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de ​zonden​ van mijn volk werd hij geslagen. Hij kreeg een ​graf​ bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig ​onrecht​ begaannooit bedrieglijke taal gesproken. Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ​ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuldom zijn nageslacht te zien en lang te leven.En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun ​wandaden​ op zich. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op."

"En de kamerling antwoordde ​Filippus​ en zei: Ik vraag u, over wie zegt de ​profeet​ dit? Over zichzelf of over iemand anders? En ​Filippus​ deed zijn mond open en, uitgaande van dat Schriftwoord, verkondigde hij hem ​Jezus." (Handelingen 8)

Terwijl ik dit stukje zat te schrijven kwam ik erachter dat dit hoofdstuk  uit Jesaja bijna nooit door Joden wordt gelezen. Wekelijks bij de afsluiting van de Shabbat wordt er gelezen uit de profeten, de haftara. De haftara is wereldwijde leeskalender en blijft van jaar tot jaar hetzelfde. Elk jaar lezen ze dezelfde hoofdstukken maar heel bijzonder... Jesaja 53 wordt overgeslagen. Juist het hoofdstuk dat zo duidelijk naar Jezus wijst. Heel veel Joden hebben dit hoofdstuk dus nog nooit gelezen. De video hieronder laat de reacties zien als uit dit 'verboden' hoofdstuk wordt gelezen. Dit hoofdstuk uit Jesaja is te confronterend. Het is voor Joden een te grote stap om over Jezus na te denken.





vrijdag 5 april 2019

27 Amos, Gods oordeel

"Want, zie, Hij Die de bergen vormt, Die de wind schept en Die aan de mens bekendmaakt wat zijn gedachten zijn, Die de dageraad tot duisternis maakt, en Die op de hoogten van de aarde treedt; HEERE, God van de legermachten, is Zijn Naam." (Amos 4)

In 40dagen probeer ik het hele oude testament te lezen. Maar des te meer ik hierin lees des te meer ik onder de indruk kom van Gods grootheid, Gods heiligheid. Hoe is het eigenlijk mogelijk dat wij in de buurt van zo'n ontzagwekkend God kunnen komen. Denken wij niet veel te makkelijk over God en leven we niet te gemakkelijk met de gedachte dat alles wel goed komt. Ja, natuurlijk komt het goed, want God heeft het goedgemaakt, maar we moeten er niet te makkelijk over denken.

Mij is geleerd dat de vreze des Heren inhoudt dat je ontzag moet hebben voor God. Maar als ik het oude testament lees dan heeft de vreze des Heren ook werkelijk met angst te maken. In God nabijheid kunnen wij niet eens komen, dat overleven wij niet en toch wil God bij ons zijn. God wil een relatie. Hij wil in ons leven en daarom kon alleen Hij ons redden. Het heeft God alles gekost om ons te redden. Zijn liefde en barmhartigheid zijn groter dan de dood.

 "Laat het recht als water golven, en ​gerechtigheid​ als een immer vloeiende beek."
(Amos 5:24)

Toch is het niet de bedoeling dat we nu achterover gaan zitten en onze tijd uitzitten. God wil dat we met Hem gaan leven, dat Hij in ons zichtbaar wordt. Wij zijn beelddragers van Hem en dat betekent dat we ons oude leven kruisigen. Dat we geheel anders mogen zijn dan deze wereld. We hoeven het niet in eigen kracht te doen. Elke dag geeft Hij genoeg.

De profeet Amos (drager van lasten) kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veeboer en is door God geroepen om te profeteren. Door hem klaagt God de mensen aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van arme mensen en dus van God zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardig winstbejag gaan alle perken te buiten. Rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening.

"Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de Here! Wat zal voor u die dag van de Here zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht!" God zal straffen en het volk zal gaan hongeren en dorsten naar Gods woorden. Toch eindigt dit oordeel met een heilsbelofte. "Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van ​David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af."
Ook in het Nieuwe Testament wordt profeet Amos aangehaald in de lange toespraak van Stefanus. Vlak voordat hij gestenigd werd. Stefanus beschuldigde de godsdienstige leiders dat er nog niks was veranderd. Schijnheilig is hun godsdienst. En wij? Laten wij ons leven leiden door God Geest of door onze eigen verlangens.

 "Hierin is de ​liefde​ bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de ​liefde​ geen vrees, maar de volmaakte ​liefde​ drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de ​liefde." (1 Joh 4:17, 18)

donderdag 4 april 2019

26. Hosea, Gods hartsverlangen

"Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen." (Marcus 10:45)

"wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam." (1 Petr 1:17)


In geen ander boek uit de Bijbel laat God Zijn hart zo spreken. Het boek van profeet Hosea (Redding) openbaart God zich als een trouwe liefdevolle echtgenoot, die te maken heeft met een ontrouwe overspelige vrouw. Als beeld hiervan moet profeet Hosea trouwen met Gomer. Haar kinderen krijgen namen met een goddelijke boodschap. Jizreel (God zaait), Lo-Ruchama (Geen medelijden) en Lo-Amni (geen volk). Namen die laten zien wat er gaat gebeuren met het volk van God....maar er komt een keer in het lot van Juda en Israël. God zal Zijn volk weer uitzaaien in een vruchtbaar land als kinderen van de Levende God.

"Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: ​Kinderen​ van de levende God. Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. Zij zullen voor zich één Hoofd aanstellen en uit het land oprukken; want groot zal de dag van Jizreël zijn. Zeg tegen uw broeders: Ammi, en tegen uw zusters: Ruchama."(Hosea 1:10)

Het boek Hosea laat Gods voortdurende en volhardende liefde zien. Hij achtervolgt ons met zijn liefde zoals Hosea achter de overspelige en weggelopen Gomer aan moest gaan en haar moest terugkopen uit de slavernij voor 15 zilverstukken.

"Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door een ander en ​overspel​ pleegt, zoals de Here de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot ​andere ​goden​."

Ook in het nieuwe testament staat iets soortgelijks in 1 Korintiers 7:22
 "Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen ​slaven​ van mensen."
Het overspelige volk zal door God zelf teruggekocht worden. De Israëlieten zullen zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken en ​David, hun ​koning (Messias). Zij zullen zich in diep ​ontzag​ tot de Here wenden en Zijn zegeningen ervaren. Dit alles zal pas plaatsvinden in de eindtijd. 

"Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, naar de woestijn in leiden, en naar haar ​hart​ spreken. Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven,en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land ​Egypte. Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn meester ​Baäl!" (Hosea 2)

God verlangt niet naar een machtsrelatie zoals mensen dat hebben met hun afgoden, die vanalles van je eisen. Om te ontvangen wat hun ik-gerichte hart ingeeft. Een relatie waar alles draait om verdienen. Een relatie om er alleen zelf beter van te worden. God verlangt naar een relatie uit oprechte liefde. God wil ​liefde, geen ​offers. Dat we met Hem vertrouwd zijn is meer waard dan enig ​offer. God is het die alles heeft geschapen en ons alles wil geven. Hij verlangt ernaar dat we ons leven laten leiden door Zijn liefde en rechtvaardigheid.

"Keer voorgoed terug naar die God. Laat je leiden door ​liefde​ en recht. 
Blijf voortdurend hopen op je God." (Hosea 11:7)

Losgeld
Zijn leven
De dienende Mensenzoon
Hij gaf Zijn leven
Vrijgekocht


woensdag 3 april 2019

25. Micha, Bethlehem

Tijdens de regering van de verschillende koningen over Juda en Israël staan verschillende profeten op. Zij waarschuwen dat het volk de verkeerde kant op gaat. Gods liefde wil de mens behoeden tegen het kwaad maar de mens mag zelf kiezen. Zegen of vloek. Echte liefde kan niet afgedwongen worden. Zijn hart breekt als hij de mens ten onder ziet gaan.

God is liefde, maar God haat de allesvernietigende zonde. De mens, die alleen maar om zijn eigen ik draait en verslaafd is aan de vervulling van zijn lusten en verlangens ten koste van anderen. God wil ons hiervan bevrijden en dat kan alleen als ons middelpunt gevuld wordt met God zelf. Met Zijn liefde en vrede.

Micha leefde in de tijd van koning Jotham, Achaz en Hizkia. Hij was tijdgenoot van Jesaja en Hosea. Hij waarschuwt Juda om de afgoderij van Israël niet na te volgen. Hij wil dat ze stoppen met afgoderij, waarbij zelfs tempelprostitutie plaatsvindt en kinderen worden geofferd om het goede af te dwingen, van een god die niet eens bestaat. God waarschuwt dat ze moeten stoppen met het onderdrukken en afpersen van de weduwe en de wezen. De leiders en priesters nemen steekpenningen aan en maken krom wat recht is. Niemand was meer te vertrouwen. Het land is door en door rot en het oordeel staat voor de deur. Babel zal het volk in ballingschap wegvoeren.

"Sta op! Wegwezen! Dit is niet langer uw land, want u hebt het met uw zonden gevuld en daarom zal het u uitbraken, u op een vreselijke wijze omkomen." (Micha 2:10) Maar twee verzen verder geeft God ook hoop. "Voorzeker zal Ik u, o ​Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in een kooi, als een kudde in het midden der weide. Het zal er gonzen van mensen. "
Het volk zal weer worden bevrijd en de Here zal het volk van alle vijanden verlossen. Micha spreekt over de komende Messias, die de wereld in recht en gerechtigheid regeren zal en er zal werkelijke vrede zijn. In Micha wordt zijn komst voorspeld.

"Bethlehem in Efrata, u bent een van de kleinste steden in Juda, maar toch zult u de geboorteplaats zijn van onze koning van wie de oorsprong in lang vervlogen tijden ligt. God zal zijn volk prijsgeven aan hun vijanden, maar alleen totdat zij die zwanger is een kind ter wereld heeft gebracht. Dan zullen de overgebleven ballingen van Juda met hun broeders uit Israël terugkeren naar hun eigen land.  Hij zal zijn kudde weiden in de kracht van de Here, in de majesteit van de Here, zijn God. Zijn volk zal daar rustig wonen, want Hij zal heersen over de hele wereld."

"Mijn vijandin zal dat zien. Schaamte zal haar bedekken die tegen mij zei: "Waar is de Here, uw God?" (Micha 7:10)
 Dit werd ook tegen Jezus gezegd toen hij aan het kruis hing. "Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon". Jezus heeft de spot verdragen en gebeden voor Zijn vijanden. Hij heeft onze zonden gedragen. We konden nooit in eigen kracht rechtvaardig zijn. Maar doordat we in Christus Zijn rechtvaardigheid ontvangen worden we van binnenuit veranderd naar Zijn beeld en worden we werkelijk vrij. Jezus heeft de straf gedragen.


"Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid ​vergeeft, Die voorbijgaat aan de ​overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,  ja, U zult al hun ​zonden​ werpen in de diepten van de zee. U zult ​Jakob​ de trouw bewijzen
en ​Abraham​ de goedertierenheid, die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer."

dinsdag 2 april 2019

24. Koninkrijken

"Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een ​huis​ bouwen, en Ik zal de ​troon​ van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn......Uw ​huis​ en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw ​troon​ zal voor eeuwig zeker zijn." (2 Sam 7:12)
Maar ook David begon te zondigen. Overspel, moord. God beloofde ook dat David geen rust meer zou kennen en dat zijn eigen zich kinderen tegen hem zouden keren. Toch blijft hij wandelen met God. Hij komt zijn tekortkomingen onder ogen en aanvaard Gods wegen. Ook in alle tegenslagen blijft hij vertrouwen op God. De laatste woorden van David gaan over de komende Messias. 

"De Rots van Israël heeft tot mij gesproken: Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods. Hij is als het licht van de morgen,wanneer de zon opgaat,een morgen zonder wolken;als de glans na de regen, die groen laat opkomen uit de aarde. Hoewel mijn ​huis​ zo niet is bij God, heeft Hij mij toch een eeuwig ​verbond​ gesteld." (2 Sam 23: 3)

Salomo (ook wel Jedidja) regeerde net als David 40 jaar over Israël. In zijn rijk is er rust. God had hem gezegend met wijsheid en rijkdom. Hij bouwde de tempel maar ook Salomo zondigde. Maar in tegenstelling tot David keert hij zijn hart van God af en gaat de afgoden van zijn vrouwen aanbidden. God laat het koninkrijk in tweeën breken. Zijn zoon Rehabeam wordt niet geaccepteerd als koning van Israël. Israël kiest een andere koning en zo zijn er nu twee koninkrijken. Israël en Juda/Benjamin. Het gaat van kwaad tot erger. De koningen van Israël verleiden het volk om afgoden te dienen en koningen van Juda blijken God niet te kennen en beginnen steeds meer van God af te wijken. Af en toe is er een opleving van het geloof maar het blijft een afglijdende schaal. Het werd zo erg dat ze net zo slecht werden als de volken die God voor hen had verdreven en zelfs nog erger.


"Maar de Israëlieten hadden geen vertrouwen in de Heer, hun God. Ze waren net zo ​ongehoorzaam​ als hun voorouders. Ze luisterden niet naar de waarschuwingen van de Heer. Ze leefden niet volgens de wetten en regels die hij aan hun voorouders gegeven had. Ze vereerden ​goden​ die niets waard waren, en daardoor waren ze zelf niets meer waard. Ze gingen net zo leven als de volken om hen heen, ook al had de Heer hun dat verboden. De Israëlieten vergaten alle wetten van de Heer, hun God. Ze maakten twee beelden van stieren, en ze maakten een ​heilige​ paal voor de godin ​Asjera. Ze vereerden de sterren en dienden de god ​Baäl. Ze offerden hun ​kinderen, ze gingen naar ​waarzeggers, en ze probeerden ook zelf de toekomst te voorspellen. Ze deden alles wat de Heer slecht vond, en zo beledigden ze hem. Toen werd de Heer woedend op de Israëlieten. Hij stuurde ze weg uit hun land."

Assyrië voerde Israël weg en liet het land bevolken door kolonisten uit Babel en omstreken (de Samaritanen, die naast hun eigen godsdienst, ook de wetten van de God van Israël wilden volgen) en later werd Juda weggevoerd naar Babel. In deze tijden stonden de profeten op om het volk steeds weer te waarschuwen maar ook om te wijzen naar een nieuwe toekomst. Gods verlossingsplan.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...