Lees Genesis 37, 38 en 39
Jozef is het lievelingetje van zijn vader. De oudste zoon van zijn lievelingsvrouw. Jozef vindt het een goed plan om alles wat zijn broers verkeerd doen of zeggen aan zijn vader te rapporteren. En dan ook nog die dromen dat iedereen voor hem moet buigen. Dat gaat zelf zijn vader te ver.
Jakob vraagt of Jozef wil gaan kijken bij zijn broers. Hoe gaat het met ze? Ze weiden de schapen bij Sichem 80 kilometer ten noorden van Hebron. Een reis die een paar dagen in beslag moet hebben genomen. Jozef besluit zijn mooie veelkleurige gewaad te dragen en dat werkt als een rode lap op een stier. De broers zien hem al van verre aankomen en besluiten hem te doden en in een put te gooien. Maar Ruben de oudste wil niet dat ze hem doden maar alleen in de put gooien. Dat zal hem leren... De andere broers zien een karavaan met Ismaëlieten voorbij komen en Juda stelt voor om Jozef te verkopen. Voor 20 zilverstukken wordt Jozef verkocht naar Egypte.
Ruben is waarschijnlijk niet bij de verkoop, want hij is radeloos als hij bij de put komt en ziet dat Jozef er niet meer is...De broers besmeuren de mantel met het bloed van een geitenbok en sturen de mantel naar hun vader die daardoor denkt dat Jozef door een wild dier gegrepen is.
En dan is daar ineens het verhaal van Juda en zijn verhouding met zijn schoondochter Tamar, zo middenin het verhaal over Jozef. Juda die Jozef verkocht heeft. Hij is weggetrokken van zijn broers en neemt zijn intrek bij een Kanaänitische man. Kon hij het verdriet van zijn vader niet meer aanzien? (Toch gaat in Tamar gaat de Messiaanse lijn door Matth. 6:3)
De 17-jarige Jozef komt te werken voor Potifar, een Egyptische lijfwacht die werkt aan het hof van de Farao. God zegent Jozef zo dat het begint op te vallen. Jozef krijgt de leiding over heel zijn huis. De vrouw van Potifar laat een oogje op hem vallen en probeert hem te verleiden. Maar Jozef wijst haar af. Weer wordt de 'mantel' van hem afgenomen. Jozef wordt vals beschuldigd en komt in de gevangenis terecht. Zo kom je door de zonden van een ander in de ellende. Was de zegen van God niet genoeg om Jozef te beschermen? Maar God heeft een plan ook als wij een stap in ons leven helemaal niet begrijpen. Ook in de gevangenis wordt de bijzondere zegen van God ervaren en krijgt Jozef de leiding over al de gevangenen.
'En het hoofd van de gevangenis gaf al de gevangenen die in de gevangenis waren, in de hand van Jozef; al het werk dat men daar deed, deed hij. Het hoofd van de gevangenis zag naar geen enkel ding meer om van wat in zijn hand was, omdat de HEERE met hem was. Alles wat hij deed, liet de HEERE voorspoedig verlopen."


Geen opmerkingen:
Een reactie posten